dinsdag 22 april 2025

C.S. Lewis over 'christen worden'

Christus belijden voor de gemeente van Christus is met elkaar belijden en erkennen dat we redding van een Ander nodig hebben. Ons geloof belijden na een catechese is er één. Maar het start een levenslang proces van vernieuwing in ons leven. God in ons laten werken gaat ons hele leven door. Het is net als met het behalen van je rijbewijs: als je slaagt voor je rijexamen, begint het proces dat van jou een ervaren rijder maakt. Zo is het christenleven een proces met een duidelijk beginpunt (je belijdenis) en een duidelijk doel (achter Jezus aan) en eindpunt (de eeuwigheid). Als we elkaar Gods zegen wensen, mogen we ook de juiste verwachtingen uitspreken: als je belijdenis een hoogtepunt is, kan het ‘gewone christenleven’ en dal worden, waar je niet op gerekend had. Daarom enkele citaten uit een beroemd werk van C.S. Lewis, zijn Onversneden Christendom. Het kan je helpen om reële verwachtingen te hebben over je leven als christen.

Als gewezen atheïst wist Lewis als geen ander dat gelovigen niet zomaar een kunstje uitvoeren in hun geloofsleven. Nee, het gaat om echt leven. Tijdens zijn radiopresentaties in de tweede wereldoorlog heeft Lewis serieuze boodschappen over het geloof in God gebracht. In zijn laatste serie in 1944 Beyond Personality (vertaald als Hoogst persoonlijke en nog hoger)[1] stelt hij de vraag in hoeverre christendom een kunstje is. Hij werkt dit om in een hoofdstuk 7, dat ‘doen alsof’ heet. Hij zegt daar het volgende:

En nu begint ons duidelijk te worden waar het Nieuwe Testament steeds over praat. Het gaat daar over christenen die ‘wedergeboren’ worden, die zich ‘met Christus bekleden’; over Christus die ‘gestalte krijgt in u’ en over het leren kennen van ‘de zin van Christus’. Zet de gedachte uit uw hoofd dat dit alleen maar mooie manieren zijn om te zeggen dat een christen moet lezen wat Christus heeft gezegd en dan moet proberen dat te doen, zoals je kunt lezen wat Plato of Marx heeft gezegd en dat proberen te doen. Het houdt veel meer in. Het houdt in dat er een werkelijke Persoon, Christus, hier en nu, in de kamer waar u aan het bidden bent, dingen met u doet. Het gaat hier niet over een tweeduizend jaar geleden gestorven goed mens. Het is een levend Mens – nog evenzeer mens als u bent en nog evenzeer God als Hij was toen Hij de wereld schiep – die zich werkelijk met u komt bemoeien; die het oude, natuurlijke ik in u komt doden en vervangen door het soort ik dat Hijzelf heeft. Eerst maar af en toe een ogenblik. Dan voor langere perioden. Ten slotte verander je, als alles goed gaat, voorgoed in iets anders dan je was – in een nieuw klein Christusje, een wezen dat op zijn eigen bescheiden niveau hetzelfde soort leven heeft als God, deel heeft aan zijn macht, vreugde, kennis en eeuwigheid. En al gauw kom je tot twee andere ontdekkingen…’[2]

Lewis beschrijft hier de twee ontdekkingen, namelijk dat je je zondige daden erkent, maar ook je eigen zondigheid leert kennen en ervan gaat schrikken. En de tweede ontdekking dat het de drie-enige God is die in jou aan het werk is, je opvoedt tot een nieuw leven en je leven verandert.

In het volgende hoofdstuk 8 ‘is christelijke godsdienst moeilijk of niet’  stelt hij het ‘gewoon christen zijn’ ter discussie. Zijn christenen gewoon ‘nette burgers met een fatsoenlijke moraal’, of zijn we nieuwe mensen. Hij zegt hier:

‘Zo zit het ook hier. Het is iets verschrikkelijks, het is bijna iets onmogelijks, jezelf met al je verlangens en voorzorgsmaatregelen geheel en al aan Christus uit te leveren. Maar het is veel gemakkelijker dan wat we in plaats daarvan allemaal proberen. Want we proberen wat we noemen ‘onszelf te blijven’ ons persoonlijke geluk als het grote levensdoel te houden, en tegelijk toch ‘goed te zijn’.  We proberen allemaal onze gedachten en ons hart hun eigen gang te laten gaan – met geld of plezier of eer bezig te zijn – en hopen desondanks eerlijk en kuis en bescheiden te blijven. En waar Christus voor waarschuwde is nu precies dat dat niet kan. Een distel kan geen vijgen voortbrengen, zei Hij. Als ik een akker ben met daarin niets dan graszaad, kan ik geen tarwe opleveren. Als je het gras maait, houd je het misschien wel kort; maar ik lever nog steeds gras op en geen tarwe. Wil ik tarwe opleveren, dan moet de verandering dieper gaan dan de oppervlakte. Ik moet worden omgeploegd en opnieuw ingezaaid.

Vandaar dat het eigenlijke probleem van een christenleven meestal opduikt waar mensen het niet zoeken. Het duikt iedere morgen op direct bij het wakker worden. Al je wensen en verwachtingen voor die dag bespringen je als wilde dieren. En je eerste taak is iedere morgen gewoon dat je ze allemaal van je afduwt; dat je naar die andere Stem luistert, het andere Gezichtspunt inneemt, het andere, ruimere, sterkere, kalmere leven laat binnenstromen. En zo de hele dag voort.’

In hoofdstuk 9 ‘Bezint eer ge begint’ schrift Lewis vervolgens over het onvermijdelijke van het leven dat Christus in ons werkt. Christus staat een totale renovatie van ons levenshuis voor, een brengen tot volmaakt gericht zijn op Gods doelen voor ons leven. Hij begint met het voorbeeld dat hij bij kiespijn wel zijn moeder om een paracetamol vraagt, maar liever niet heeft dat ze hem naar de tandarts stuurt, want…

‘Als je ze een vinger gaf, namen ze je hele hand. Christus lijkt, als ik het zo zeggen mag, op zo’n tandarts. Als je Hem een vinger geeft, neemt Hij je hele hand. Veel mensen gaan naar Hem toe om af te komen van één bepaalde zonde waarvoor ze zich schamen (zoals masturbatie of lafheid) of die duidelijk hun dagelijkse leven vergalt (zoals humeurigheid of drankzucht). Hij zal u daar vast en zeker van afhelpen – maar daar zal Hij het niet bij laten. Meer had u misschien niet gevraagd; maar haalt u Hem er eenmaal bij, dan krijgt u ook het complete programma. Hij waarschuwde de mensen dan ook: bezint eer gij begint christen te worden. ‘Vergis je niet,’ zegt Hij,  ‘als je Mij laat begaan, dan zal Ik jou vervolmaken. Zodra je jezelf in Mijn handen legt, staat dat je te wachten. Niets minder en niets anders. Je hebt een vrije wil en als je wilt, kun je Mij wegduwen. Maar als je Mij niet wegduwt, begrijp dan goed dat Ik dit karwei zal afmaken. Hoeveel lijden het ook meebrengt tijdens je aardse leven.’

Lewis noemt nu het alternatief, dat we onszelf blijven en verwachten dat te kunnen. Maar zolang God onze schepper is, zal Hij ook onze herschepper zijn.

‘Ik heb me nooit verbeeld een heilige te worden,’ zeggen we dan, ‘ik wilde alleen maar gewoon een fatsoenlijk mens zijn’. En we denken zo nog bescheiden te zijn ook. Maar dit is een fatale vergissing. Natuurlijk hebben we nooit verlangd of erom gevraagd het soort schepselen te worden dat Hij van ons gaat maken. Maar de vraag is niet wat voor bedoeling wij met onszelf hadden, maar wat zijn bedoeling met ons was toen Hij ons maakte. (…)

Ik merk dat ik nog een gelijkenis van George MacDonald moet lenen. Stel, je bent een levend huis. God gaat naar binnen om het te verbouwen. Eerst begrijp je misschien nog waar Hij mee bezig is. Hij brengt de afvoerbuizen in orde, maakt de lekken in het dak dicht enzovoorts; je wist al dat deze dingen moesten gebeuren en je bent dus niet verbaasd. Maar weldra begint Hij erop los te slaan op een manier die vreselijk pijn doet en zinloos lijkt. Wat is Hij in vredesnaam van plan? De verklaring is dat Hij bezig is een heel ander huis van je te maken dan jij gedacht had – hier een nieuwe vleugel, daar een extra verdieping, er verrijzen torens, er worden binnenplaatsen aangelegd. Je dacht dat jij een keurig bungalowtje zou worden, maar Hij bouwt een paleis. De bedoeling is dat Hij er zelf komt wonen.  (…) 

Het is een lang en ten dele zeer pijnlijk proces; maar dat is wat ons te wachten staat. Niets minder dan dit. Hij meende wat Hij zei.



[1] Geciteerd uit de Nederlandse vertaling van A.J. Smilde, C.S. Lewis, Onversneden Christendom, Utrecht: uitgeverij Kok, 20139

[2] C.S. Lewis, Onversneden Christendom, 227

woensdag 17 april 2024

Trends in de Westerse samenleving

Gemeenschap in een wereld van individuen

Mensen hebben behoeften aan gemeenschappen die identiteit verlenen. Individualisme eist haar tol, door mensen op zichzelf en op eigen draagkracht terug te werpen. Andreas Kinneging (De onzichtbare maat) merkt op dat de markt en de staat de plaats hebben ingenomen van gemeenschappen, waardoor “in de steden en verstedelijkte gebieden vrijwel alleen nog geïndividualiseerde mensen leven, wier leven grotendeels wordt georganiseerd door markt en staat.” (Kinneging, 2020, 31). Discipline met het oog op de gemeenschap verdwijnt, leven mensen vooral voor zichzelf. Volgens Kinneging is het dubbelgebod van de Verlichting “anderen geen schade berokkenen en voor alles wat je samen met hen wil doen, is hun instemming noodzakelijk. Daarin ligt de gehele morele en juridische wet besloten. Als het overige is ter keuze.” (a.w., 135). Aan de andere kant hunkeren mensen naar gemeenschap, omdat die verdwenen zijn. Keuzevrijheid heeft het imago van vrijheid, maar werpt mensen op zichzelf terug: studie- en beroepskeuzes, politieke en morele keuzes hangen in de lucht, omdat de pluriformiteit de samenleving verbrokkeld. Alle mensen zijn buitengewoon gelijk in hun ongelijkheid.

2.       Het magische overwinnen

In TV-programma’s wordt volop geëxperimenteerd met liefde, machten en krachten. Mensen bieden zichzelf aan als medium en cursussen voor Reiki en Mediation zijn i n. Het magische en het rituele heeft sterke aantrekkingskracht, wordt vrij aangeboden en is beschikbaar voor iedereen. Het kerkelijke en dogmatische wordt tegelijk sterk negatief weggezet. Het magische denken verwacht men ook van religie en van de kerk wat tot uiting komt in de aandacht voor genezingen, gebed en rituelen.

3.       De kerk opnieuw uitvinden

In veel hervormde gemeentes waar ik kom, zie ik dat mensen graag de gemeenschap voortzetten zoals die decennialang bestaat, rondom de kerk in het dorp of de wijk. De grote aandacht voor het Woord en de prediking heeft de ruimte voor maaltijd, gebed en gemeenschap onderbelicht. Mensen zijn gered, maar weten elkaar nauwelijks te redden, laat staan vast te houden. Zorg voor eigen heil en agenda laat het heil en

Precies zoals Thomas Halík treffend opmerkt, heeft het christendom zich lang gevleid binnen de moderniteit en van daaruit het postmodernisme bekritiseerd. “secularisatie en moderniteit hebben een blijvende invloed gehad op de geschiedenis van het geloof en hebben die in bepaalde opzichten getekend, maar zij waren niet wat de radicale voorstanders ervan dachten, namelijk de culminerende en laatste fase van een historische ontwikkeling.” (Halík, 2023: 58). Volgens Halík zal het christendom sterk genoeg zijn om in nieuwe en verdiepte vorm verder te kunnen.

maandag 8 januari 2024

MEMORY-spel over schepping en zondeval

Met deze link kun je bij een leuk memory komen. https://puzzel.org/nl/memory/update?p=-NndTkztARBDZYr3d3sr 


donderdag 6 april 2023

Jezus' kruisiging, onze redding!

Over 'het kruis van Christus schrijft Isaac Ambrosius in de 17e eeuw veel wat ons ook vandaag helpt om op Jezus te zien deze Goede Vrijdag, 2023 

(deze Ambrosius, een Engelse theoloog, schreef zijn ‘Het zien op Jezus’, waarin hij alle aspecten van de komst en wederkomst van Christus bespreekt. Dit stukje komt uit Deel III, hoofdstuk 2, paragraaf 6 ‘Van Christus’ kruisiging’) 

1.     “Zij trokken Hem zijn kleren aan” (Mt. 27:31). Origenes vertelt dat zij Hem de mantel afdoen, maar de doornenkroon niet wegnemen, waardoor zij hem geen enkele verlichting en ontferming gunnen. Wat zal het een grote pijn geven na zijn wrede geseling, dat zij de mantel van zijn lichaam hebben weggenomen. Want Jezus’ bebloede lichaam zat vastgekoekt aan de purperen mantel. Zit zal zijn wonden nog groter hebben gemaakt.

2.     “Zij leidden Hem weg”(Mt. 27:31) – Ze leiden Hem de stad uit naar de berg Golgotha, waarbij een uitroeper voorop loopt die roept wat de misdaad is van deze veroordeelde: dat Jezus een verleider en godslasteraar is, een valse leraar die van zichzelf zei dat Hij de Messias is de Koning van Israël en de Zoon van God.

3.     “Hij droeg zijn kruis” Voordat het kruis Hem draagt, heeft Hij het kruis zelf gedragen. Eerst hebben zij Hem daarmee gekruisigd als met een last en daarna hebben ze Hem daarmee gekruist als met een kruis. Net zoals Izak het hout van zijn offer droeg en als Uria die de brief met zijn veroordeling meedroeg, heeft Hij het gereedschap van zijn eigen dood gedragen. Wat een wrede manier van werken. Door bloedverlies had hij nauwelijks nog kracht, en dan moest hij nog dit zware kruis dragen. Maar om Hem niet helemaal te verzwakken en zijn kruisdood straks veel zwaarder te laten zijn, dwongen zij Simon van Cyrene dat hij Zijn kruis droeg” (Mt. 27:32). Hier leren we uit dat wij deelgenoten moeten worden van Christus’ lijden, want Hij zei “Wie achter mij wil komen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen.” (Mt. 16:24). En ook “Christus heeft voor ons geleden, opdat wij Zijn voetstappen zouden navolgen.” (1 Petr. 2:21).

4.     Hij heeft de vrouwen getroost die Hem klagend volgden. “Klaag niet over Mij maar klaag over uzelf en over uw kinderen.” (Luk.23:27-28). In zijn diepste ellende heeft Jezus zijn barmhartigheid niet vergeten, en hoort hij het geklaag van zijn vrienden. Hij vergeet zijn eigen lijden om hen te roosten. Hij voelde meer de tranen van hen die hem beklaagden dan het bloed dat uit zijn eigen lichaam stroomde. Wij hebben niet gehoord dat hij Pilatus of Herodes maar één woord waardig keurde. Maar naar deze vrienden keert Hij zich o om hen te troosten. Maar niet, voordat Hij hen hoorde klagen. Denk dien dat wij Jezus aangezicht zullen zien als wij ons niet eerst in berouw en boetvaardigheid naar Hem toewenden. “Want, wie met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien,” zegt Psalm 126. Mogen we dan niet klagen over de dood van Christus? Vinden we niet genoeg bewijzen uit de Bijbel waarin mensen klagen over een dode? Denk alleen aan het klagen over de dood van STefanus en Dorkas en heeft Jezus zelf niet geklaagd over de dood van Lazarus en over Jeruzalem? Het gaat er maar om dat we klagen over de zonde als zonde. Het zijn namelijk onze zonden die Christus laten lijden, laten we daarom bitter klagen over onze eigen zonden, die Jezus doorsteken. Doe als David die klaagde dat zijn tranen zijn voeding waren. Klaag over Jezus als over “Diegene die wij doorstoken hebben” (Zach. 12:10).

5.     “Zij gaven Hem wijn te drinken, die met gal gemengd was” (Mt. 27:34. Dat zij wijn te drinken gaven, was een bewijs van beleefdheid. Spreuken 31 zegt het al: “Geef sterke drank aan hen die verloren gaan, en wijn aan hen die bitter bedroefd zijn”. De gal zou Hem vergiftigen en een spoedige dood bezorgen, waarom Hij deze ook afslaat. Het gif wijst echter nog meer op onze eigen zonde, die in de bijbel met gif vergeleken wordt: “Hun wijndruiven zijn vergiftigde en hun bessen zijn bitter, hun wijn is addervergif” zegt God over zijn volk in Deut. 32:32-33. Zo vaak als wij tegen God zondigen, doen we niets anders dan dat we een scheut vergif mengen en dat aan Jezus Christus te drinken geven.

6.     “Zij kruisigden Hem” Mt. 27:25). Waarschijnlijk hebben zij Hem eerst vastgespijkerd op het kruis, waarna zij het hebben opgericht, zoals Mozes eerst de slang maakte en deze daarna omhoogstak. Maar volgens geleerden hebben zij Jezus eerst uitgerekt, gepijnigd en scherpe spijkers door zijn gepijnigde lichaam geslagen, maar hiermee heeft Hij het getuigschrift van onze zonden aan het kruis laten spijkeren.

Vergeet nu twee belangrijke punten niet: 

a.     De schande van Christus dood. Er staat geschreven “Vervloekt is ieder die aan het hout hangt” (Gal. 3:13). Deze dood was voor Joden een schandelijke dood, waarmee Hij zich vernedert en gehoorzaam wordt tot de dood aan het kruis (Fil. 2:8). Het was een schandelijke dood die in Deut. 21:23 een "door God vervloekte dood " genoemd wordt.

b.     De pijn van Christus' dood. Allereerst wordt die veroorzaakt door de spijkers die zijn lichaam vastspijkeren en hem de bewegingsvrijheid ontneemt. De zwaarte van zijn lichaam scheurt zijn lichaam uiteen, waardoor hij een langzame en pijnlijke dood sterft, die nog langer zou duren als hij niet zelf vrijwillig de geest gegeven had. Maar vergeet vervolgens ook niet de pijn van zijn ziel. Hier heeft Christus angsten en zielestrijd gehad, die Jesaja het “werk van zijn ziel” noemt (Jes. 53:11). De strikken van de dood en de angst van de hel treffen zijn ziel en laten Hem klagen “Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten.” Kijk daarom nu naar zijn schande en pijn, die door onze zonden op Hem is gelegd. Zij, ja wij hebben Christus gedood, Hij die betrouwbaarder is dan onze familie en vrienden. Wat is het kruis op zijn rug – onze zonde. Wat is de doornenkroon op zijn hoofd – onze zonde. Wat is de spijker en de speerpunt in zijn lichaam – onze zonde. Het zijn niet Pilatus, Herodes, Annas of Kajafas die Hem ter dood brengen, maar onze zonde…

Laten we ons daarom tenslotte vertroosten met het doel van deze dood: “Zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet de mensen zoon verhoogd worden, opdat een ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar het eeuwige leven hebben.” (Joh. 3:14-15). De dood door deze kruisiging is niet vruchteloos. “Christus is verhoogd, opdat Hij hen allen tot Zich zou trekken.” (Joh. 12:32) en “Hij heeft onze zonden op het hout gedragen.” (1 Petr. 2:24). Dit was het voornemen en de bedoeling van God, en zo moeten we het in geloof opnemen. Hier hangt onze troost, dit voornemen is het doel van Christus' lijden en het heerlijke nieuws van het Evangelie. Houdt dit altijd in gedachten: Christus is gekruisigd opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar het eeuwige leven heeft.”

 

dinsdag 14 maart 2023

Het "Onze Vader" in eigen woorden

Wat wordt nu bedoeld met de bekende woorden van het Onze Vader? Leerlingen van de tweede klassen hebben dit met behulp van de catechismus onderzocht. Daarna schreven ze deze opnieuw met wat extra uitbreidingen. Natuurlijk kunnen we niet alles laten zien. Hieronder volgen er drie. 


"Onze Vader, Majesteit in de hemel, 

Mogen wij u prijzen en eren met onze woorden en daden, 

Mogen wij door uw Woord en Geest groeien, 

Mogen wij het goede doen en gehoorzamen [net] zoals de engelen.

Geef ons alles wat we vandaag nodig hebben. U bent de bron van het goede.

Vergeef wat wij hebben gedaan, door het bloed van Jezus. Zorg dat wij ook anderen vergeven. 

Wilt u ons verlossen van de duivel, de wereld, en mijn eigen fouten. 


Wij belijden dat u onze koning bent. Wij loven uw naam! 

Amen, want God verhoort mijn gebed." 

(Vanessa) 



"Onze Vader, die in de hemel woont. 

Uw naam wordt geprezen en geheiligd.

Uw kerk mag groeien in Woord en Geest.

Uw wil geschiedde, geef dat ik Uw goede wil gehoorzaam, zoals dat in de hemel gebeurt. 


Vergeef ons onze zonden door het bloed van Jezus, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven. 

Verlos ons van de zonden, en het boze wat wij hebben gedaan. 


We prijzen uw naam tot in eeuwigheid. 

Amen, het zal waar en zeker zijn!" (Madeleine en Anna-Lynn) 


"Onze Vader, mogen wij u prijzen en eren en mogen wij uw naam prijzen met onze woorden en daden.

U moet ons regeren met uw Woord en Geest en laat uw kerk groeien overal in de wereld, totdat Jezus komt. 


U moet ons elke dag brood geven, om van te leven, want U bent de bron van het goede.

U moet ons geven dat we uw goede wil gehoorzamen en doen. 

U moet ons vergeven wat wij fout hebben gedaan, door uw bloed kunt u ons vergeven. Wilt u onze zonden vergeven, door de wereld, de duivel en mijn eigen zonden. 


Want van u is het Koninkrijk, en de heerlijkheid tot in eeuwigheid, om Jezus wil, 

Amen!" (Tim)

maandag 23 januari 2023

Het 'Onze Vader' door KB2-leerlingen

Samen met de KB2- leerlingen zijn we alle onderdelen van het gebed langsgelopen, met behulp van de uitleg van de Heidelbergse Catechismus. Het resultaat is bijzonder goed. Hieronder enkele van deze gebeden! 

Onze Vader, die in de hemel woont; ik kom met groot ontzag tot U.

- Geef dat we u als Koning eren om wie u bent en dat we met alles wat we doen, u prijzen. 

- U regeert in de hemel en op de aarde; ik wil net zo trouw zijn als de engelen in de hemel.

- Geef ons elke dag wat we nodig hebben en wilt u dat zegenen. 

-En wilt u onze dagelijkse zonden vergeven door Jezus' bloed. 

-Geeft U ons de kracht om te vechten tegen de duivel, en de wereld en onszelf. 

- Wilt U ons de overwinning geven door de Heilige Geest. 

We eren U als koning die ons alle goede dingen geeft. 

Uw naam geeft heel veel hoop! 

Amen, het is waar en zeker

(Rence, KB2e)


Onze Vader, 

Wij loven uw naam met onze woorden en daden

Geef dat ik me door U laat leiden door de kerk. 

Ik wil graag net zo [dienstbaar] zijn als de engelen. 

Wilt U alstublieft geven wat we nodig hebben elke dag. 

Wilt U door Jezus' bloed onze schulden vergeven. 

Geeft U ons ook alstublieft kracht om tegen de duivel, wereld en onszelf te vechten.

Want, door Uw naam heb ik hoop om u te eren. 

Amen. 

(Ruth, KB2e)


Onze Vader,

Met ontzag kom ik tot U, 

Geef wat wij U eren 

Geef dat ik me door U laat leiden 

Ik wil graag Uw wil doen, net zo trouw als de engelen in de hemel.

Geef elke dag wat we nodig hebben. 

Vergeef onze zonden door Jezus' bloed.

Geef ons kracht om te vechten tegen de duivel, onszelf en de wereld. 

Geef ons de overwinning. 

Uw naam geeft hoop. 

Amen

(Kees, KB2e)


Onze Vader die in de hemel is. 

Wij loven en prijzen Uw naam. 

Heere, wilt U mij leiden dat ik niet de verkeerde weg ga, en wilt U de kerk laten groeien. 

Dat ik Uw wil zal doen, zoals de engelen in de hemel doen. 

Wilt U ons eten geven en alles wat we nodig hebben, en zegent U alles wat we doen. 

Wilt u onze zonden vergeven die wij hebben gedaan. En als mensen ons pijn en verdriet hebben gedaan, dat wij hen vergeven. 

Omdat we zwak zijn, wilt U dan bij ons zijn. 

Dit vragen wij U om Jezus' wil. 

Amen 

(Anne, KB2e)

Onze Vader, 

Dankzij Uw zoon mogen we u Vader noemen en op u vertrouwen. 

Uw grote naam loven we om uw geduld en goedheid. 

U zorgt dat uw kerk steeds weer groeit door uw heilig Woord en uw Geest. 

Uw naam wil ik eren en u wil ik dienen, als uw onderdaan in de hemel. Zo trouw wil ik zijn, help mij daarbij. 

Wilt u voor ons zorgen en voeden met wat we nodig hebben. Want er staat geschreven: Ik ben de bron van het leven, wie tot Mij komt zal Ik nooit uitwerpen.

Geef ons een hart dat naar U verlangt en dat U dient. 

Help ons om tegen de duivel, ons hart en de wereld te strijden en laat ons overwinnen door uw Geest, wantt dat heeft U ons beloofd. 

Heere, ik weet zeker dat U ons verhoort. 

Amen 

(Anne-Ruth)

Onze Vader, die in de hemel is, 

Wij willen uw naam roemen en eren

Laat uw kerk groeien en regeer mij. 

Geef ons eten en wat we nodig hebben. 

Vergeef onze zonden zoals wij onze naasten vergeven. 

Verlos ons van de duivel en van het kwaad. 

Want van U krijgen we kracht en U geven we heerlijkheid tot in eeuwigheid.

Amen 

(Leander) 


Onze Vader die hoog boven ons is. 

We willen uw naam mooi maken voor uw goedheid en liefde. 

Laat uw kerk groeien en regeer ons door uw Woord en Geest. 

Graag doe ik wat U wilt, net als de engelen en als Jezus, uw Zoon. 

Geef ons wat we elke dag nodig hebben. 

Vergeef onze boze daden en geef genade om anderen te vergeven. 

Laat ons overwinnen van de duivel en de wereld en onszelf, zodat we kracht krijgen van uw Geest. 

We vragen die aan U, onze koning, want U geeft ons wat we nodig hebben. 

Amen. 

(Jorian) 


Onze Vader, 

Dankzij Uw Zoon mogen wij u onze Vader noemen en op U vertrouwen, 

We loven en prijzen uw grote naam en goedheid

U heeft ons uw koninkrijk gegeven waarin wij mogen wonen. 

Wij loven U hier op aarde, ook al bent u in de hemel. 

Geef ons elke dag te eten, zodat we niet hoeven te verhongeren. 

Vergeef ons wat we verkeerd hebben gedaan, zoals wij de mensen vergeven die ons wat hebben aangedaan. 

En wilt U ons beschermen en niet het verkeerde pad laten volgen. 

want U heeft de hemel, aarde en planeten gemaakt en heeft de macht en wij eren u met ons hart voor altijd en overal. 

Amen 

(Elin)


Onze Vader in de hemel, 

We willen u graag roemen en eren

Regeer mij met uw woorden en uw Heilige Geest.

Graag doen wij wat u wilt, net zoals de engelen in de hemelen, net zoals Jezus. 

Geef ons wat we nodig hebben, elke dag, want u bent de bron van het goede. 

Kunt u ons vergeven van onze zonden door Jezus Christus, en geef ons genade om zelf te vergegven. 

Laat ons winnen over de duivel, de wereld en over ons zelf, zodat onze krachten door uw Geest zijn. 

U geeft ons alle kracht en liefde die we nodig hebben.

Amen

(Nick)

zondag 14 juni 2020

Gebed voor de ochtend / morgengebed


Grote God en trouwe Vader
Groot is uw trouw, o Heer, elke morgen opnieuw.
U geeft mij vrede, vergeving van zonden
en uw nabijheid die sterkt en die leidt
Kracht voor vandaag, blijde hoop voor de toekomst
U geeft het leven tot in eeuwigheid.
Leer mij u vandaag te gehoorzamen
Dat ik niet mijn eigen verlangens volg,
maar luister naar uw zachte stem
Dat ik niet meedoe met het kwaad van anderen
Maar er tegenin ga in uw kracht.

Lieve Heere Jezus, mijn Redder en verlosser
U opent de ogen van de blinde, leer mij ook u te zien
U laat lammen weer lopen, laat mij ook met u wandelen
U overwint de dood, laat mij de zonde haten en u volgen

Leid U mij vandaag, Heilige Geest
Vernieuw mijn leven en genees mijn hart
Maak mij bereid om uw goede wil te doen tot eer van uw naam.

Ik bid u voor ons gezin, mijn ouders en mijn broers en zussen
Mogen we elkaar liefhebben en zegenen.
Ik bid u voor de school, mijn jufs en meesters / mijn docenten
Dat zij u kennen en gehoorzamen en dat ik van hen wijsheid leer.
Ik bid u voor de gemeente, mijn vrienden en bekenden
Dat we u eren en luisteren naar uw stem.
Ik bid u voor …. (zieken, vrienden, repetitie, Israël, vervolgde christenen, etc.)

Bewaar mij voor trots en twijfel, voor bitterheid en boosheid.
Mogen de woorden van mijn mond en de gedachten van mijn hart
naar uw wil zijn, tot zegen voor anderen en tot opbouw van uw koninkrijk.
Spreek ook vandaag door uw zachte stem in mijn hart.

U bent mijn koning en mijn God
Verhoor mij om Jezus’ wil, en leid mij door uw Geest.
Amen


woensdag 13 mei 2020

Maak bekend dat Jezus koning is!

Psalm 96

Zing voor de HEER een nieuw lied, zing voor de HEER, heel de aarde. 
Zing voor de HEER, prijs zijn naam, verkondig van dag tot dag dat hij ons redt. 

Maak aan alle volken zijn majesteit bekend, aan alle naties zijn wonderdaden. 
Groot is de HEER, hem komt alle lof toe, geducht is hij, meer dan alle goden. 
De goden van de volken zijn minder dan niets, maar de HEER: hij heeft de hemel gemaakt. 
Glans en glorie gaan voor hem uit, macht en luister vullen zijn heiligdom. 

Erken de HEER, stammen en volken, erken de HEER, zijn majesteit en macht.
Erken de HEER, de majesteit van zijn naam, draag geschenken zijn voorhoven binnen. 

Buig u voor de HEER in zijn heilige glorie, huiver, heel de aarde, als hij verschijnt. 
Zeg aan de volken: ‘De HEER is koning. Vast staat de wereld, zij wankelt niet. 
Hij oordeelt de volken naar recht en wet.’ 

Laat de hemel verheugd zijn, de aarde juichen, de zee bruisen en alles wat daar leeft. 
Laat het veld verblijd zijn en alles wat daar groeit, laten alle bomen jubelen voor de HEER, 
want hij is in aantocht, in aantocht is hij als rechter van de aarde. 
Rechtvaardig zal hij de wereld berechten, de volken oordelen, trouw aan zijn woord.

Psalm 96 meet het konignschap van de HEER breed uit. Driemaal wordt geproclameerd dat voor de HEER een lied gezongen moet worden. Heel de aarde wordt opgeroepen deze God dagelijks te aanbidden. Alle volken en stammen worden uitgedaagd om het koningschap van Hem te erkennen. God is de werkelijke bestuurder van deze wereld. En dat mag iedereen weten! Meteen wordt er een oproep aan toegevoegd: Erken zijn majesteit en macht en vereer Hem met geschenken, door diep te buigen. Hier worden de majesteit (letterlijk de kabod = stralende glans) en de macht (lett. Étz = kracht) van God genoemd. Hier resoneert al iets van het gebed want van U is het koninkrijk, de kracht en de heerlijkheid uit het Onze Vader.
Tussen deze verzen worden de gelovigen opgeroepen om aan alle volken de wonderen en majesteit van God bekend te maken. In een korte vergelijking (vs. 4-6) blijkt de HEER oppermachtig te zijn en onvergelijkbaar met de nietszeggende goden van de gojiem, van hen die deze God niet kennen. Zij worden opgeroepen om Hem te aanbidden en met geschenken te vereren.
Dit is het wat na hemelvaart ook werkelijkheid geworden is als Jezus de troon bestijgt. Jezus is de koning die alle macht en eer ontvangt, nu Hij opgestaan is en aan de rechterhand van God verschijnt. Jezus blijkt deze koning-God te zijn. Aan het eind van het lied worden zowel hemel en aarde, maar ook het veld en de bomen, te jubelen voor de verschijning van de Heer. Jezus’ terugkomst is hiermee al in psalm 96 voorzegt. Jezus komt de volken beoordelen en rechtspreken op een trouw en rechtvaardige manier. Zo beschrijft de Openbaring hem in Op. 19 als een ruiter op een wit paard die “overwint en ‘Trouw en betrouwbaar’ heet, die een rechtvaardig vonnis velt en een rechtvaardige strijd voert.” (Op. 19:11). Jezus blijkt het koningschap in handen te hebben. Hij is zo degene die toegang geeft tot het koninkrijk, maar tegelijk de hele wereld aan zijn voeten brengt.
Psalm 96 roept alle gemeenten op om serieus werk te maken van deze oproep. Alle volken vertellen dát Jezus koning is, maar tegelijk ook laten zien ín de gemeente dat Hij hier heer en meester is: door goede verstandhouding, herstel van relaties, zorg voor de buurt, aandacht voor hen die nog niet geloven, door de volken op te roepen met ons mee te gaan. Wij mogen alle volken proclameren de majesteit en glorie van God, zijn wonderdaden in Jezus Christus. Dit is de taak die God ons nu geeft. Hiermee blijven we bezig tot het einde van de wereld.

donderdag 16 april 2020

Brief aan Salomo - koning van Israël

Wat kunnen VO-leerlingen heerlijk schrijven aan een wijze koning in Israël. Voor het vak godsdienst schreven zij een brief waarin ze de levensstijl van koning Salomo vergeleken met wat hij in zijn wijsheidsboeken heeft geschreven. 

Jarno en Lotte schreven deze hartelijke brief: 


O Koning, leef in eeuwigheid!

Het is voor mij als uw onderdaan erg moeilijk om een brief aan U te schrijven.
Want ik weet dat wij van onze God in de Hemel een koning wilden hebben. Eerst wilde onze Hemelse Vader dat niet, maar uiteindelijk kregen wij een koning van God. Een koning die letterlijk met kop en schouders boven de rest van onze bevolking uit steeg, maar helaas was dat niet geestelijk. Hij deed wel de zaken die God van hem verlangde, maar niet met zijn hele hart. Saul werd het koningschap afgenomen.
Uiteindelijk heeft het God behaagd, om ons land een andere koning te geven. Uit de afgehouden tronk van Isaï, ontsprong een twijgje: David werd koning. Uw vader deed wat goed was in de ogen van onze Vader, echter hij had ook zijn zwaktes.
Uiteindelijk is hij gestorven in het geloof dat er een plaats voor hem is vrijgemaakt in de hemel.

U koning Salomo, mocht het rijk van uw vader overnemen.
Als een wonder kreeg u dat van uw vader, want u was niet de oudste.
Maar u geloof in God heeft er voor gezorgd dat u koning werd.
Wij, als gelovige mensen uit Lodebar, waren daar erg blij mee.
Want U wilde van onze God kracht en wijsheid en verstand.
U heeft dat ontvangen van God en de Heere zegende U.
Zo werd uw rijk groter en groter, en voerde U ook geen oorlogen. U wordt een vredeskoning genoemd, want volgens ons verwijst naar de Koning van Vrede, die eenmaal zal komen om te oordelen over de levenden en de doden. Zo hebben wij van onze Hemelse Vader een verbond ontvangen, dat als wij Hem niet zouden verlaten, Hij ons ook niet zou verlaten.

Een hele lange inleiding Koning om deze brief mee te beginnen.
Want wij willen u een brief schrijven om u niet te veroordelen, maar als teken van medeleven en om u te wijzen op het Woord van onze God.

In de wet van die wij van Mozes ontvangen hebben, staan namelijk een aantal regels opgesteld waar wij ons aan moeten houden. Zo beschrijft Mozes in de naam van onze Vader 3 belangrijke regels waaraan wij ons moeten houden.
Een  eerste regel is dat de koning geen goud of zilver mogen ophopen, de koning mag ook geen grote kudde paarden hebben en de koning mag ook niet veel vrouwen hebben.
Over 2 van deze regels maken wij ons zorgen Koning!
De eerste regel over het goud en zilver is volgens ons niet helemaal gelukt. Want wij horen zelfs van karavaanreizigers, die ons dorp aandoen, dat er zelfs in Morenland gesproken wordt over uw enorme rijkdom. En dat terwijl er verschillende mensen in armoede leven. In de dorpen in onze omgeving zijn er verschillende gezinnen die niet meer rond kunnen komen.
Dit mag volgens de regels van God niet. Wij vragen u daarom ook of u uw raadsmensen wilt sturen naar de omgeving van Lodebar om te komen kijken naar de armoede die er is.

Het tweede punt waar we over willen schrijven is over de hoeveelheid van uw vrouwen. Dit punt vinden wij erg lastig om te beschrijven, want u zegt in het door u geschreven boek Prediker dat wijze mensen weten wanneer ze wat moeten doen. En dat u wijs bent staat voor ons vast. En u werkt ook hard, staat voor ons klaar. God belooft daarom ook dat in een land waar de Koning hard werkt, het goed zal gaan met het land. Maar het doet pijn om ook andere dingen te lezen in uw geschreven boeken.
Want u schijft in datzelfde boek ook dat het met mensen die zich niet houden aan de regels van God, het slecht zal aflopen. En dat willen wij echt niet.
Want God heeft beloofd dat uw familie op de troon zou blijven totdat Silo komt. Dat zou volgens ons het eind van de wereld zijn.

En volgens ons houdt u zich niet aan de geboden van onze God.
Zou hebben wij op onze pelgrimsreis naar Jeruzalem gezien dat er speciale paleizen zijn voor uw vrouwen en bijvrouwen. Wij hebben van verschillende lakeien gehoord dat u ongeveer 1000 bijvrouwen en vrouwen heeft. Een enorm getal waarvan wij duizelen. Dat zijn meer vrouwen dan de inwoners van ons dorp Lodebar!
En volgens ons staat dit ook haaks op uw boeken. In het boek dat u de naam gaf Hooglied schrijft u over uw liefste, hoe goed uw liefste is en hoe lief u haar heeft en dat ze mooier is dan alle andere vrouwen.
Over welke vrouw heeft u het dan ? Nummer 1, of nummer 13 ?
Wij vragen u met klem om afstand te nemen van al uw vrouwen en bijvrouwen en terug te gaan naar uw eerste vrouw. Met haar heeft u als eerste eeuwige trouw beloofd.
God heeft gezegd dat hij de mensen die trouw blijven zal zegenen. God heeft ons 10 woorden gegeven om ons daaraan te houden. Als wij ons daaraan houden zal het ons welgaan in het land dat de Heere ons zal geven.
Wij zijn niet beter, want ook wij kunnen ons niet houden aan de 10 woorden van God.
Daarom willen wij u vragen om deze brief niet als een veroordeling te zien, maar als een oproep om te buigen voor onze God en zijn 10 woorden en regels te houden.
Wij sluiten onze brief af met een lied wat uw vader gemaakt heeft, waarin het duidelijk is dat wij niet meer wonen in Egypte maar in het beloofde land waar Zijn regels gelden boven menselijke regels:

“Want Hij hield Zich aan de belofte die Hij aan zijn dienaar Abraham had gedaan.
Hij redde zijn volk uit Egypte. Zingend en juichend gingen de mensen mee.
Hij gaf hun de landen van andere volken.  Alles waar anderen hard voor gewerkt hadden,  was nu voortaan van hen.
In dat land (dus het land waar wij nu wonen) moesten ze zich aan zijn wetten houden en Hem gehoorzaam zijn.   
Prijs de Heer! Halleluja! “



Met liefdevolle groet in God verbonden,

De bevolking van Lodebar.

woensdag 15 april 2020

Stoeien met Spreuken

Een opdracht rond de Spreuken van Salomo levert nogal eens leuke stukjes op. Zo vroeg ik om het verhaaltje over luiheid in Spreuken 24 eens te spiegelen tot een positief verhaal over ijver. Hieronder twee voorbeelden. 

Voorbeeld 1
30 Ik liep eens langs de akkers van een verstandige.  
31 Nergens groeide onkruid, nergends zag ik doornstruiken. En de muren die de akkers moeten beschermen, waren sterk. 
32 Ik zag het, en dacht er goed over na. Toen begreep ik dat het goed is om verstandig te zijn.  
33 Want een verstandige zegt steeds: ‘Kom we gaan beginnen! Ik wil opstaan en beginnen met deze dag.’ 
34 En hij hoeft niet op te passen, want er komt een dag dat hij opeens veel eten heeft. Dan is hij plotseling rijk. 
(Emma en Elvira)

Voorbeeld 2

Ik liep een langs de akkers van een hardwerkende. 
Overal groeide bloemen overal zag ik rozenstruiken, en de muren die de akker moesten beschermen stonden er al een blok omheen.
Ik zag het en dacht er niet over na, toch begreep ik dat het goed was om hard te werken, want een hardwerkende zegt steeds; ‘’nog heel even! Ik wil dit nog heel even afmaken, ik wil nog verder werken.”
Maar hij is veilig! Er komt een dag dat hij eten in overvloed heeft, dan is hij plotseling rijk!
(Ezra en Jesca)


Ook het gedicht over de krachtige vrouw uit Spreuken 31 spreekt tot de verbeelding. Hier een voorbeeld welke beroepen deze vrouw in zich herbergt. 



Eigenschappen en beroepen: 

1-> betrouwbaar -> ze doet geen kwaad -> koningin  
2 -> werkt volgens de wens van haar handen -> werknemer 
3 -> ze laat haar voedsel van verre komen-> importeur
4 -> ze geeft haar huisgezin voedsel-> kok of medewerker in een restaurant 
5 -> ze zet haar zinnen op een akker en verwerft die -> boerin 
6 -> ze maakt haar armen sterk-> wegenbouw 
7 -> haar lamp dooft niet ‘s nachts -> hulpdiensten 
8 -> ze steekt haar handen uit naar het spinnenwiel-> weefsters  
9 -> ze zorgt voor arme mensen-> vrijwilliger in een stichting  
10 -> ze is niet bevreesd voor haar huisgezin, want ze maakt zelf dekens -> naaister  
11 -> ze maakt onderkleding en verkoopt die-> medewerker in een kledingwinkel 
12 -> zij lacht de komende dagen toe-> clown, die vrolijkt mensen op 
13 -> ze spreekt wijze dingen-> dominee of wetenschapper 
14 -> ze let op haar huisgezin-> opvoedkundige  
15 -> ze eet geen brood van de luiheid-> hardwerkende vrouw 
16 -> ze verricht krachtige daden -> stichting bv het rodekruis 

17 -> ze vreest de Heer-> kerkganger 
(Ruben en Anne) 

Emma V. en Kim (V3): 
We zetten de eigenschappen even op een rijtje. Een krachtige vrouw is:
ü   Van onschatbare waarde (31 vers 10)
ü   Te vertrouwen (31 vers 11)
ü   Goed voor haar man en kinderen (31 vers 12, 22, 27)
ü   Ijverig (31 vers 13, 15)
ü   Zorgzaam (31 vers 14, 15, 21, 23)
ü   Zelfbewust (31 vers 16)
ü   Ze werkt met haar handen (31 vers 17, 18, 19, 24)
ü   Gul (31 vers 20)
ü   Vriendelijk (31 vers 20)
ü   Zorgvuldig (31 vers 11, 21)
ü   Sterk (31 vers 25)
ü   Wijs (31 vers 26)
ü   Gezegend door haar kinderen (31 vers 28)
ü   Niet bang (31 vers 25)
ü   Gezegend (31 vers 28, 29)
ü   Vreest de Heere (31 vers 30)
Hedendaagse beroepen die bij de eigenschappen van een krachtige vrouw passen:
· Medische beroepen, zoals: arts, verpleegkundige, psychiater, tandarts, zorg coördinator, Physician assitant, huisarts, apotheker
· Dominee
· Lerares of professor (wijsheid)
· Au pair

· Logopedist


Emma (v3) schreef over de deugden van de vrouw uit Spreuken 31 en mogelijke beroepen: 

-        Deugdelijkheid /Betrouwbaarheid 
Psycholoog: mensen  kunnen hun mentale problemen bij diegene kwijt. Een psycholoog moet betrouwbaar zijn goed advies kunnen geven en de informatie die de patient doorgeeft geheim houden en de psycholoog moet dus erg betrouwbaar zijn.

-        Zorgzaamheid
Verpleegster: Een verpleegster is vaak erg zorgzaam en helpt mensen die hulp nodig hebben. Verpleegsters staan bekend om hun zorgzaamheid
-        Wijsheid:
Lerares: een lerares heeft wijsheid nodig om haar studenten te onderwijzen
-        Doorzettingsvermogen:
Soldaat: een vrouw die soldaat is heeft doorzettingsvermogen en discipline nodig om een bepaalde missie goed uit te kunnen voeren
-        Sterkte:
Dokter: Een vrouw die dokter is moet sterk zijn omdat er vaak vreselijke dingen langs komen en ze dan sterk moet blijven.
-        Nederigheid
Schoonmaakster: moet nederig zijn voor haar baas waarvoor ze schoonmaakt.
-        Handigheid met stoffen
Naaister: Een naaister maakt kleding en weet hoe ze met stoffen om moet gaan.
-        Ijverigheid:
Boerin: Een boerin moet zwaar werken verrichten en ook erg ijver zijn
-        Krachtig:
Advocaat: Moet krachtig zijn in haar woorden.
-        Godvrezend:
Zendeling: een vrouw die het woord van God verspreid moet godvrezend zijn.