De melaatse die tot Jezus komt is van een ding heel erg overtuigd: Jezus kan hem reinigen. Van het tweede is hij nog niet helemaal overtuigd. Wil Jezus het ook?
Ik las hierover een interessant commentaar: "De melaatse was overtuigd van Jezus kunnen maar nig niet van diens bereidheidl in onze tijd is het vaak andersom. Men twijfelt niet aan Jezus medelijden, wel aan zijn macht."
Vervolgens kunnen we ons ook afvragen hoe we dat zelf praktiseren. Geloven wij daadwerkelijk in zijn macht? Handelen we ook met de bereidheid van Jezus in onze contacten?
Het medelijden van Jezus is heel tastbaar. Hij raakt de man aan en geneest hem. Een belangrijke les voor ons. Hoe wij omgaan met hen die lijden. Als je echt meelijdt met iemand, kun je niet op afstand blijven staan. Het vraagt om betrokkenheid, meevoelen en geloven in de machtige hand van God.
donderdag 11 december 2014
dinsdag 30 september 2014
Bestaat God?
Ik schreef onderstaande blog .a.v. een vraag van
een oud-leerling. Zij is gevraagd om samen met anderen een discussie op te
zetten bij het vak Nederlands rond het thema ‘Bestaat God’. Wat kun je zeggen?
Wat je vooraf bedenken kunt.
-Voor veel mensen is het inderdaad de vraag of er
een God is. We leven in een tijd waarin we nauwelijks meer met God in aanraking
komen: we werken zelf, maken onze eigen keuzes, ontvangen wat we verdienen en
bepalen zelf met wie we omgaan. De bijbel wordt nauwelijks gelezen en als er
een schietgebedje omhoog gaat, horen we niets terug. Dat is het beeld van de meeste
Nederlanders.
2.
Geloof in God zien we wel bij medelanders die
naar de kerk of de moskee gaan. Fanatieke moslims, ultraorthodoxe joden en gereformeerde
gelovigen trekken de aandacht. Veel mensen hebben daar niets meer mee. Hooguit
hebben ze respect voor de persoonlijke mening, maar liefst wil men dit buiten
het eigen leven houden.
3.
God is buiten ons leven gedrongen. En dat proces
is vooral in de 20e eeuw heel snel gegaan. In onze 21e
Eeuw weten we nauwelijks nog wie God is. En al helemaal niet wie de God en Vader
van Jezus Christus is. Een vraag naar ‘het bestaan van God’ is dus een filosofische vraag geworden. Net zoals
andere vraagstukken: “is er leven na de dood” of “waar komt de materie vandaan? “.
4.
Maar, wist je dat een andere delen van de wereld
geloof in God heel normaal is. Miljoenen mensen in Afrika, Azië en Amerika geloven
dat God bestaat. Het lijkt alsof geloven dat
God bestaat een aangeboren, intuïtief gebeuren is. En dat is goed te
verklaren als je ervan uitgaat dat God ons gemaakt heeft, dat Hij onze Schepper
is.
Voorbeelden van christenwetenschappers die vrijmoedig
getuigen van hun geloof zijn Alister McGrath, Frank Linde, en Heino Falcke. Zie ook www.geloofenwetenschap.nl
Hoe ga je jezelf als christen in een
discussie mengen? Een discussie is natuurlijk nooit de plaats om mensen tot
geloof in Jezus te brengen. Niet de plaats om mensen te overtuigen dat geloof .
Als je mensen tot geloof wilt brengen, ben je bezig met evangelisatie en dat is nu je doel niet. zie het wel als een kans
voor apologetiek: het verdedigen van je
geloof: eventuele voorvragen beantwoorden, misverstanden uit de weg te ruimen.
Hoe ga je beginnen:
1.
Bid voor
dit gesprek: vraag om helder inzicht, rust en bezieling om de juiste woorden te
hebben om iets van je godsgeloof te verdedigen.
2. Bedenk goede argumenten om te laten
zien dat geloof in God niet absurd en ongeloofwaardig is (zie argumenten
hieronder).
3. Verwacht niet dat je mensen moet overtuigen
van redding, van geloof in Jezus, van een eeuwig leven, etc. , maar wel dat je kunt
aantonen dat het een redelijke vraag is.
Zijn er argumenten voor het bestaan van God? (hoe vreemd het je in de oren klinkt…)
a. Het ‘bestaan van God’ is net zo min te
ontkrachten als te bewijzen! Het is geloven. Geloven betekent ‘vertrouwen dat
iets waar is’. Dát is het uitgangspunt. (zie ook Hebreeën 11:1-2).
b. God
heeft aanknopingspunten voor Zijn bestaan gegeven.
1.
Bijvoorbeeld de schepping van de wereld heeft
een begin, heeft de wetenschap ontdekt. Dan is het denkbaar dat iemand dit in
gang gezet heeft. (Psalm 90 zegt dat de HEER er al was voordat alles gemaakt
werd).
2.
De orde in
de wereld wijst op een denkend wezen hierachter. Het heelal steekt zo
ingenieus in elkaar, het is als een geweldig paleis dat iets van zijn eigenaar
en bouwer weerspiegelt.
3. Mensen zoeken naar zinvolle invulling van
het leven, naar de zin van het bestaan. Dit kan vanuit evolutionair
standpunt lachwekkend zijn, omdat strijd vaak als zinloos ervaren wordt. Hoewel
we God niet kunnen zien, lijkt het erop dat we intuïtief naar Hem verlangen.
4. De schepping is prachtig om te zien, en
imponeert ons. Als de wereld een
strijd om het bestaan leidt, is het stom toeval dat er zoveel schoonheid in de
schepping zit. Prachtige vlinders zouden allang uitgestorven zijn, terwijl
dieren met een schutkleur het er meer levend afbrengen. Toch is het tegendeel
waar. Prachtige bloemen en dieren spreken de taal van schoonheid.
5. Mensen leven in relaties. Als God bestaat, zal hij ook in relatie met
mensen treden.
c. Het
bestaan van de vele religies bewijst dat mensen op zoek zijn naar God. Hoewel
de invulling van de godsdiensten verschilt, zijn de meeste samenlevingen erop
gericht om God in hun middelpunt te stellen.
God bestaat, en dan…?
Ik denk dat de meeste mensen de vraag naar het godsbestaan
ontkennen, omdat ze beseffen dat dit consequenties heeft! Als je gelooft dat
God bestaat, vraagt dat waarschijnlijk een actie van ons.
Een voorbeeld maakt dit duidelijk. Stel
je bent in een pleeggezin opgegroeid omdat je wees bent. Op 15-jarige leeftijd hoor je dat je blijkbaar toch nog een
vader hebt die naar je op zoek is
gegaan. Zou dit je onverschillig laten? Nee, zeker niet! Je gaat op zoek naar
hem en waarschijnlijk wil je
het contact weer gaan opbouwen.
Zo is het ook met
God. Als hij bestaat, zal Hij ook in relatie met mensen treden. Willen we dit
wel? Dat is het probleem waarom mensen de vraag naar het godsbestaan
uitstellen. Om een mooi fragment te zien waarop de vraag naar geloof centraal
staat, zie Denkstof “Waarom
zou je geloven?”
Als men die vraag positief beantwoordt, komt er openheid
voor de volgende vraag…
Wie is God?!
zaterdag 19 juli 2014
Wat is goed leven? Over analyse en remedie van een zieke maatschappij.
Enkele maanden geleden las ik het boek "Identiteit" van Paul Verhaeghe. Zijn analyse van de huidige maatschappij is scherp en treffend! Maar als ik nog eens nalees wat hij in hoofdstuk 8 als conclusie schrijft, over "Het Goede Leven" lijkt me het middel nog erger dan de kwaal. Waarom blijven we zo op het individu hameren? Mijn inziens zijn we gemaakt om samen-te-leven.
In zijn samenvattende hoofdstuk 8 merkt Verhaeghe opnieuw op dat de samenleving dwingend is geworden. Het
evenwicht is eruit door neo-liberalisme, door de digitalisering en de nadruk op
kille cijfers. Daarbij komt een anti-autoritaire stroming in de 20e
Eeuw, waardoor gezagsverhoudingen zoek zijn. Zijn er oplossingen te bedenken? Verhaeghe
lost nog enkele schoten voor de boeg. Verder komt hij m.i. niet, maar er worden
herkenbare zaken geschetst.
Door slechte arbeidsorganisatie
raken mensen ziek; burn-out is gevolg van onvoldoende respect en waardering van
de persoon. Dit los je niet op met bonussen. Intrinsieke motivatie verdwijnt
juist bij een topdown organisatie. Het gevolg hiervan is dat er bottom-up
initiatieven ontstaan die werknemers weer plezier in het werk geven. Goed
voorbeeld is de opkomst van Wikipedia (i.t.t. het wetenschappelijk, zwaar
gesubsidiëerde Encarta wat voor geen meter liep) . Met dit voorbeeld bewijst
Verhaeghe dat men op zoek is naar een nieuwe norm, die weer intrinsieke
motivatie levert. Blijkbaar is Wikipedia beter aangepast aan de huidige samenleving.
Digitalisering
ziet hij als een illusie. Statistieken ook. Die doden het werk. “Cijfermatig gestuurde evaluatie- en
functioneringsgesprekken zijn vaak dodelijk voor werktevredenheid, motivatie,
loyaliteit en identificatie met het bedrijf. Een dergelijke aanpak fnuikt elke
vorm van creativiteit en autonomie en lokt een gevoel van vernedering en een
verlies van zelfrespect uit. Die negatieve effecten worden des te zwaarder
naargelang men bij de evaluatie kwalitetieve en contextuele factoren laat
vallen en er een uniform meetsysteem opgelegd wordt door een instantie die
nauwelijks vertrouwd is met wat er op de werkvloer gebeurd. (2012: 227)
Wie moet er veranderanderen. De ander niet, wat die ander zijn wij
zelf. Wij mensen moeten veranderen, een nieuwe moraal hanteren. (hier volgen enkele van Verhaeghes scherpe uitspraken).
“de bipolaire stoornis (vroeger bekend als
‘manisch-depressief’) is bij uitstek de aandoening van het neoliberalisme.”
“De
postmoderne mens lijdt aan een vreemde dissociatie, een nieuwe vorm van persoonlijkheidsverdubbeling. We
klagen het systeem aan, staan er vijandig tegenover en voelen ons machteloos om het te veranderen.”
Wat is er nodig?
Loslaten van het cynisme voor het systeem, en in plaats van consumeren
actief deelnemen aan de maatschappij, als een zelfbepalend burger. Verder pleit
Verhaeghe ervoor om waarden te verkopen die als deep frames het onderbuikgevoel weer bevestigen. Mensen moeten weer
visie krijgen om de maatschappij op te bouwen, om het leven weer aan te kunnen.
In mijn ogen zijn deze twee
punten van Verhaeghe los zand. Wat wij nodig hebben is een herbronning op de
christelijke normen en waarden waar onze maatschappij op gestoeld is. Lees
hiervoor Charles Taylor die in zijn ‘Een seculiere Tijd’ aanwijst dat de
huidige maatschappij alleen functioneert, als zij de christelijke bronnen weer
hanteert! Ook is de therapie van Verhaeghe niet een oproep aan het gevoel, maar
aan het verstand van de mens. Alsof we weer ‘verstandig’ moeten worden. Het
probleem zit toch ergens anders?
Vervolgens voorziet Verhaeghe dat
mensen weer zelf zorgend zijn en hun normen en waarden volgen Grieks voorbeeld
weer internaliseren.
“Als er geen symbolisch gedragen en
identificeerbare autoriteit meer bestaat en als een gemeenschapsethiek het veld moet ruimen voor een
competitief mensbeeld, dan ontstaat er inderdaad
een survival of the fittest. Dit is de eerste belangrijke paradox van de
neoliberale vrijemarktideologie: dat ze
onvermijdelijk uitmondt in een overmaat aan inmenging.” (2012: 242).
Verhaeghe roept om de bevrijding
van het individu, en daarmee is mijns inziens de mens nog meer aan zichzelf
overgelaten. De mens was toch een groepsdier?
vrijdag 11 juli 2014
Vluchtigheid in Prediker
Prediker
IJdelheid, IJdelheden? Lucht en leegte? Alles is even vluchtig? Welke vertaling recht doet is niet geheel eenduidig. Het Hebreeuwse woord ‘hébel’ kennen we in ons woord voor ‘nevel’ alsook in het woord ‘nihilisme’. Mijn voorkeur gaat uit naar de vergelijking met nevel. De nevel is de mist die boven de akkers hangt en een voorbode is voor de opkomende zon, die spoedig de nevel zal uitbannen. De nevel is evengoed vluchtig, alsook luchtig, maar zeker vergankelijk!
Is het leven zélf dan leeg en ijdel? Is de schepping dan ijdel en vruchteloos? De zonde heeft wel veel vernield van wat op aarde is, maar níet het menszijn zélf opgeheven. Ijdel is wel “Alles wat in vertrouwen op menselijke kracht tot stand komt. De vruchteloosheid van menselijke ondernemingen” Het leven zelf dus in wézen niet, wel in wat het geworden is.
In het Nieuwe Testament verwoordt Paulus het treffend: “want het schepsel is aan de zinloosheid onderworpen… want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert tot nu toe. ”(Rom 8:20,22 HSV). In het Nieuwe Testament krijgen we hier een heerlijke overwinningsboodschap. De ijdelheid, de nevel is niet het einde: met de opstanding van Jezus Christus is er hoop op een hernieuwde schepping. Bekering en levensvernieuwing, hoop en toekomst.
Vernieuwing heeft ook een doel! Dit wordt prachtig verwoord in onderstaand stukje dat ik ergens vond:
Zonder Gods Geest keert je lichaam terug tot stof
Zonder Gods doel is ons werk tevergeefs
Zonder Gods liefde is ons dienen doelloos.
Onbezorgd genieten?!
Onbezorgd genieten?!
Zorgen zijn er om je op het juiste pad te houden. Ja, werkelijk waar.
Zorgen laten je zien dat het leven sterfelijk is en kort.
Zorgen laten je zien dat het ‘genieten van de waan van de dag’ leeg is.
Want genieten, dat doen we toch met volle teugen. Zoals Paul Verhaeghe schrijft: “We genieten ons te pletter, maar niemand is tevreden.” Hij doelt hier op de vrijheid van de Westerse mens. Een onwerkelijke vrijheid, aldus Verhaeghe, want “vrijheid is een illusie: als het niet lukt (succes in het leven), geven we onszelf de schuld. Het gevolg hiervan zijn gevoelens van vernedering, schuld en schaamte.” Hij doelt hier op hetvrijheidsdenken waaraan we verslaafd zijn geworden: je móet presteren, illumineren, indruk maken om vooruit te komen.
Deze uitspraken leggen een probleem bloot van onze samenleving. Leven zonder God is doelloos. In het Bijbelboek Prediker wordt ons duidelijk dat alles even ‘vluchtig’ is, leeg en hol. Daarom krijgen we van de Prediker het advies om “te gedenken aan je Schepper als je jong bent, voordat de kwade dagen komen, waarin je geen zin meer hebt.”(Pred. 12:1). In hoofdstuk 12 van genoemde boek staat een indrukwekkend gedicht over de ouderdomskwalen. Blindheid, trillende handen, vermoeide ledematen, dove oren, etc. Het leven eindigt in een desillusie als je denkt jong te kunnen blijven.
Ik denk namelijk dat dit een probleem is van de Westerse mens. We worden nauwelijks met moeilijkheden geconfronteerd, komen nauwelijks met de dood in aanraking. We hebben hierdoor weinig ervaring om om te gaan met verlies, lijden, problemen enz. Daarom spreekt een boek als Prediker met bijzonder aan. De jeugd end e kracht van het jonge leven zijn een uitdaging om die kracht en vitaliteit optimaal te benutten! Met het oog op het ouder worden, kunnen we nú al wijsheid verzamelen.
Prediker leert ons nadenken over een manier van leven in deze wereld, waarbij we Zijn geboden toepassen. “De opwinding van de jeugd kan een belemmering vormen voor de omgang met God áls je de aandacht richt op voorbijgaand plezier in plaats van op eeuwige waarden.” (uit: Het Leven).
De adviezen van Prediker zijn dan ook actueel als anders.
1.
“Vrees God en houdt Zijn geboden.” Leven met Gods idealen, Gods regels geeft een leven dat zin en richting heeft. Het heeft betekenis, omdat je leeft voor Iemand. Omdat je doel duidelijk is: leven voor je Schepper.
2.
“Ga de wegen van je hart, volg je ogen, maar weet…. Dat God je over deze dingen in het gericht zal brengen”.De daden van ons leven hebben impact op onze toekomst. Alles wat je doet komt in de Grote Beoordeling. God zal alle onrecht duidelijk naar voren brengen en recht spreken. Vreugde voor hen die onder onrecht gebukt gaan. Vrees voor hen die onrecht begaan.
3.
“Weer dus wrevel uit je hart, en doe het kwade weg uit je lichaam.” Zoals alcohol je leven verkort, tabak je longen aantasten, en ongewenste seksualiteit je leven besmeurd. De oproep is om je hiervan los te rukken en te leven met het doel voor ogen: ontzag voor God hebben!
4.
God zal namelijk elke daad in het gericht brengen. C.S. Lewis zegt over het gericht ongeveer het volgende: “Ik denk dat vooral beoordeling volgt over de daden die weníet gedaan hebben. Juist over die goede daden die we nagelaten hebben, zal God ons ter verantwoording roepen.” Dit lijkt wel op de les van de Heere Jezus, in de gelijkenis van de ´schapen en de bokken´. De bokken lijken van niets te weten: ‘wanneer hebben we U hongerig gezien, of naakt en in de gevangenis?” Ze zijn zich van geen kwaad bewust. Blijkbaar kunnen we egoïstisch leven zonder te weten waarom God hierover niet tevreden is. Hierover komt het gericht.dinsdag 24 juni 2014
Streven naar succes of 'het goede doen'?
Prof. dr. Jan Hoogland schrijft in RD van 23 juni 2014 een opiniërend artikel , getiteld “Succes mag onderwijs niet bepalen”. Hierin analyseert hij scherp het reagerend onderwijs dat steeds meer op succes georiënteerd raakt. Hoogland: “Het blijkt dat er zodra er iets mis is in het onderwijs, net als in andere sectoren overigens, onmiddellijk wordt ingestoken op verbeteringen van het systeem. Dat wil zeggen dat er nieuwe doelen en prestaties worden geformuleerd en dat allerlei middelen worden ingezet om tot een verbetering van resultaten te komen.”
Deze drang verklaart hij met Ad verbruggen uit het onbehagen dat we gevoelen. De droom van de utopie blijkt niet te werken. Het is daarom voor christenen maar het beste om rekening te houden met twee gegevens: 1) wij zijn als mens niet in staat om de gebrokenheid en de macht van het kwade definiteif te overwinnen. Hij zegt hierover “dat streven naar het beste in de praktijk vaak de vijand van het goede blijkt te zijn.”. Vervolgens 2) zullen we wel moeten blijven spreken wat we verstaan onder goed onderwijs en daar verantwoordelijkheid voor nemen. Hij sluit af met de stelling: “het is beter om goed te zijn, dan uit te blinken in succes.”
zaterdag 31 mei 2014
Nieuwe heiligdommen voor de ware God
N.T. Wright is inmiddels een bekende in theologisch Nederland. Maar een wat ouder werk van hem blijft tamelijk onbekend. Het boek "Nieuwe taken voor de kerk van nu" zou verplichte stof moeten zijn voor allen die onze tijd serieus willen nemen. Hieronder een stukje over afgoderij zoals ik dat gebruik in het onderwijs.
Afgoderij
Heb jij afgoden? Misschien een vreemde vraag. Afgoden zoals
beeldjes of heilige stenen draag jij niet bij je. Wat bedoelen we dan eigenlijk
nog met afgoderij? Wat zijn afgoden? Kortweg gezegd is afgoderij het ‘vertrouwen stellen op iets anders dan op
God’. In de tijd van de Bijbel gebeurde dit door vertrouwen te stellen in
de kracht van de Kanaänieten en hun goden. In onze tijd misschien ook wel in
de kracht van onze samenleving, de
mensen en hun idealen.
Het verschil tussen God en de afgoden is dat afgoden door
mensen bedacht of benoemd zijn. Maar ze sluiten prima aan bij onze menselijke behoeften en verlangens. De oorlogsgod Mars bijvoorbeeld sluit prima aan bij het zondige in
mensenharten, de macht om te heersen en macht uit te oefenen. De godin Venus
sluit aan bij de seksuele behoefte van mensen, die door de zonde aangetast is.
Een ander verschil is dat God boven de mensen en de schepping staat, terwijl
afgoden binnen de menselijke wereld hun bestaan hebben.
Een belangrijke theoloog, N.T. Wright heeft een helder boek
geschreven over afgoderij. Het heet ‘Nieuwe
taken voor de kerk van nu.’ In dit boek bewijst hij dat afgoderij zoals het
vroeger voorkwam nog springlevend is. Het openbaart zich alleen iets anders.
Subtieler misschien.
Biedt het christelijk geloof dan iets beters? Jazeker! Het Evangelie heeft een boodschap aan de
machten in de wereld. Allereerst is door de dood van Jezus de macht van het
kwaad gebroken. Vervolgens zal de wereld ook door Jezus’ opstandingskracht
vervuld worden van Gods heerlijkheid. We zien hier al iets van terug in Gods
koninkrijk over de wereld. Tenslotte is de taak van de kerk om de wereld te
roepen tot een nieuw leven met Jezus. Weg van de afgoden, terug naar de ware
God in Christus Jezus. Wij mogen de afgoden ontmaskeren en een tegenbeweging
op gang brengen.
Hoe kun je deze afgoderij dan bestrijden? Wright legt uit
dat vroeger de romeinen hun kerken bouwden op de resten van vroegere
niet-christelijke heiligdommen. “Onder het christelijke metselwerk is vaak nog
een vroeger heiligdom te vinden, voor de zonnegod Mithras, of voor één van de
andere heidense goden van het romeinse leger in vroeger dagen.” Hij pleit
ervoor om op dezelfde manier de ‘goden’ van onze tijd te ontmaskeren en te
confronteren met het evangelie van Jezus Christus. Wright ziet ten minste vijf goden dien in onze tijd nog springlevend zijn: Mars, Mammon, Aphrodite, Gaia en Bacchus.
Nieuwe heiligdommen
Mars De oorlogsgod Mars is nog steeds
actief. Zowel internationaal als op plaatselijk niveau wordt de oorlogsgod
aanbeden. Oorlogen zijn van alle tijden, maar het neemt met de roep naar vrede
niet af. Hoe kan de kerk reageren? Als aanbidders van de Vredevorst zullen we
mee moeten denken een bijdrage leveren aan de vredesbeweging in de wereld.
Mammon “De wolkenkrabbers en
kantoorgebouwen in onze steden functioneren zoals de kerktorens dat vroeger
deden, als symbolen die aangeven welke goden worden aanbeden.” (p176). Volgens
Wright zijn samenlevingen waarin Mammon aangebeden wordt samenlevingen waarin miljoenen mensen schulden hebben en honderden
mensen het breed hebben. De aanbidding van Mammon is evenals andere vormen van
afgoderij een verdraaiing van een door God gegeven middel. Hoe kunnen wij dan
Jezus’ heerschappij vieren, daar waar op dit moment Mammon aanbeden wordt?” (p
177) Drie taken heeft de kerk. Behalve 1) de kant van de armen kiezen door
naast hen te staan en 2) onze bezittingen delen met de armen. Ook kan de ker
zich 3) bezighouden met de vraag naar de oorzaken van armoede in de wereld.
Plaatselijke kerken
Aphrodite Aphrodite komt als godin in vele
verschijningen voor: als Diana, Artemis of Aphrodite, de godin van de liefde. “In
de antieke wereld werd zij openlijk aanbeden, onder die naam of onder de
Latijnse naam ‘Venus’. Wanneer het
erotische de overhand krijgt in een mensenleven of in de maatschappij, wordt
deze godin aanbeden. Hoe ontmasker je deze godin? Wright stelt dat “dit
eroticisme is de heidense karikatuur van het door God gegeven seksuele
verlangen. Kranten en tijdschriften roepen ons die boodschap toe; reclameborden
slaan ons ermee om de oren. De godin Aphrodite biedt geluk, genot en
verrukking.” (Wright: 182). De kerk kan hier vele vaandels plaatsen.
1.
Leren en praktiseren dat seksualiteit een
geschenk van God is voor man en vrouw samen
2.
Bouwen aan christelijke huwelijken en onze
lichamen heilig bewaren
3.
Ruimte bieden voor een leven in celibaat
4.
Andere vormen van seksualiteit ontmaskeren en
hoop en uitzicht bieden wie verslaafd is.
5.
Opvang voor vrouwen bieden in red-light
districten.
Gaia – godin van
de aarde / moeder aarde. Wordt ook in onze tijd weer aanbeden door exclusieve
aandacht voor het milieu. Maar een goddelijke status kunnen wij nooit aan de
aarde toekennen. Wij juichen met de psalmen: De Heere is koning. Dat de aarde
juiche!” Wat kan de kerk nog meer doen?
1.
Geloven en in praktijk brengen dat we
‘rentmeesters’ van de aarde zijn.
2.
Deelnemen aan goede acties voor de natuur en
onze liefde voor de Schepper delen!
3.
Ga zorgvuldig om met de natuur en de flora en
fauna – steun natuurorganisaties. Spreek met respect over de diversiteit in de
schepping als een godsgeschenk.
Bacchus en de
graangoden. Aanbidding van de wijn
en de voeding komt ook in onze tijd voor. Bacchus is de god van de wijn die
zijn aanbidders uitnodigt tot dronkenschap en brasserij. De aanbidding van deze
goden ging gepaard met rituele maaltijden, waarvan deelnemers geloofden dat zij
deel kregen aan de godheid. In wezen raakten aanbidders in de ban van deze
godheid. Wij spreken dan van een ´verslaving´.
Wat kan de kerk hiertegen doen?
1.
Gezamenlijke maaltijden houden waarbij matigheid
en gesprekken centraal staan
2.
Hulp bieden aan verslaafden en hen opvang en
redding aanbieden
Het
Avondmaal als maaltijd waarbij God centraal staat is model voor heel ons leven,
dat gericht op God dient te zijn!
Abonneren op:
Posts (Atom)