woensdag 22 maart 2017

Opnieuw leren vasten

Vasten
Wat is vasten? Wat is vasten en waarom zou je het doen?
Vooraf twee bedenkingen:

Voeding is een probleem geworden
Vasten in consumptiemaatschappij waarin we meer eten dan nodig is.
135 kilo eten per jaar per persoon weggegooid. Overgewicht is serieus probleem geworden. Tussen 1981-2015 is overgewicht gestegen van 30% naar 46% bij mannen en bij vrouwen van 24%-40%.[1] Een simpele rekensom komt dan uit op ongeveer dat een aantal van 7 miljoen mensen aan overgewicht lijdt! Daarbij komt nog dat het aantal eetstoornissen zich in 30 jaar heeft verdubbeld.  En dan…  kijk eens naar de hongersnood in Afrika #20mln slachtoffers. En wat dacht je van het programma #het familiediner waar mensen bewust bij elkaar aan tafel gezet worden om relaties goed te maken.

Voeding heeft alles met God te maken. We zeggen niet voor niets “Geef ons heden ons dagelijks brood”. Om ons lichaam te onderhouden. Volk Israël kreeg voeding uit de lucht #manna. Het leerde hen omhoog te kijken naar God. De Joodse traditie kent een mooi zegengebed bij het eten: “Gezegend bent u, HEER onze God, Koning van het heelal, die het brood van de aarde doet groeien.”

Vasten is Gods oplossing voor onze tijd
Geen wedstrijd
Vasten is geen wedstrijdje niet-eten & Vasten is geen vermageringskuur of diëtiste.
Vasten is bedoeld om je relatie met God te verdiepen en te verbreden.
Wel kwaliteit
Een mooie tijd is de 40-dagen tijd; 40 dagen om te vasten, gedurende een periode van 46 dagen tussen as-woensdag en Pasen. Dit is vooral een katholiek gebruik, maar wordt ook door protestanten gebezigd. Vasten van vlees, wijn en sterke drank, luxe producten. Op zondag wordt er gezamenlijk gegeten. Doel is altijd om je op God te richten.
Geen populariteit
Vasten is net zo impopulair als het spreken over berouw, bekering en gebed. Wie heeft het nog over berouw over zonden, bekering van begane zonden en tijd nemen voor gebed?  Dit is het beste bewijs dat we het vasten weer moeten invoeren!
Wel noodzakelijkheid
Nergens in de Bijbel vinden we de opdracht waarin staat hoe je moet vasten. Wél dát er gevast moet worden. Bij belangrijke beslissingen, bij rouw, bij verootmoediging na begane zonden of bij levensbelangrijke gebeurtenissen.
·         Esther
o   vast en bidt drie dagen en nachten om onheil over haar volk af te wenden.
o   Als je vast ben je lichamelijk slap. Je vernedert je. Maar je laat God aan het werk gaan. Na drie dagen leidt God haar leven tot redding van Zijn volk.
·         Daniël
o   Vast op bijzondere manier: wil het voedzame eten: vlees, wijn en boter niet hebben: richt zich op groente en water!
o   Bidt driemaal per dag en spit de Bijbel door op zoek naar beloften van God.


Tijd zoeken met God. Wat staat jou in de weg?
-          Ik-gerichtheid: Games, SocialMedia      à richt je op God met vasten en bidden
-          Lichamelijke verlangens die verlangens naar God verminderen: veel eten en drinken, luxe eten en drinken, eten weggooien, oppeppende middelen  à Richt je op Gods woord om vervulling te ontvangen.
-          Klagen en ontevredenheid – à Richt je op God en wees dankbaar!
-          Geestelijke armoede – à belijdt je zonden en ongevoeligheid!

Praktisch:  gebruik de goede vrijdag als een dag bij uitstek om te vasten.
Vasten is zeggen: van u is de kracht en de heerlijkheid tot in der eeuwigheid.

Waarom zouden we vasten?
Wayne Grudem: “vasten…”
1
… vergroot het gevoel van nederigheid en afhankelijkheid van de Heere.
2
… geeft meer tijd voor gebed
3
… opofferen van luxe goederen stimuleert ons hele leven aan God op te offeren
4
… is een goede oefening in zelfdiscipline
5
… maakt ons geestelijk en mentaal alerter op Gods’ aanwezigheid
6
… dringt aan tot ernst en noodzaak in gebed.
Verschillende doelen worden door Wayne Grudem genoemd in zijn Systematic Theology. Hij onderscheidt er zes.

Bijbelse voorbeelden
Juist in de bijbel wordt meerdere keren over vasten gesproken, hoewel zonder duidelijke ‘handleiding’. Blijkbaar werd die verondersteld duidelijk te zijn. Wel hekelt Jezus de praktijk van de farizeeërs die opzienbarend vastten om door de mensen gewaardeerd te worden. Dit is duidelijk een verkeerd gebruik van het vasten. Hieronder geeft ik een overzicht van Bijbelverzen waarin over vasten gesproken wordt. Uit dit overzicht blijkt dat er altijd een aanleiding is om te vasten: ziekte, doodsgevaar, zonde of rouw.


Vasten in OT als onderdeel van gebed en verootmoediging.
Persoon
Aanleiding
Tekst
Israël en Samuël
Belijdenis van zonden / afleggen van afgoderij / aanroepen van de HEERE
1 Samuel 7
Judeeërs
Rouw om dood van Saul en zijn zonen
2 Samuël 1
David
Vast en bidt bij doodsgevaar van zieke kind
2 Samuël 12
Josafath
Vast en bidt bij oorlogsdreiging
2 Kron 20
Ezra
Verootmoediging om bescherming tijdens lange reis #een dag
Ezra
Israël
Verootmoediging vanwege openbare zonden
Nehemia 9:1
Esther
Vasten en bidden in doodsgevaar #drie dagen/nachten
Esther 4:3
Joden
Vasten en bidden om bescherming van leven van Esther
Esther 4:16
Volk Israël
Verootmoediging bij voorlezen van de wet #dag
Jeremia 36:6
Darius
Rouw om verkeerd genomen besluit  #nacht
Daniël 6:19
Daniël
Vasten en bidden om de beloften van God
Daniël 9:3
Volk Israël
Vasten en bidden om natuurrampen
Joël 1
Ninevieten
Vasten en bidden om zonden te belijden
Jona 3:5
Volk Israël
Rouw om de verwoesting van de tempel #vaste tijden
Zacharia 8



Een verkeerd en dwaas gebruik van vasten vinden we ook in OT en NT
Persoon
Aanleiding
Tekst
Izébel
Laat inwoners van Jizreël vasten om daarna Naboth te laten berechten; goddeloos en onrechtvaardig plan
1 Koningen 21
Saul
Laat alle soldaten vasten om vijanden helemaal te achtervolgen
1 Samuël 14
Volk Israël
Vasten en bidden wel, maar houden er oneerlijke, onrechtvaardige levenswandel op na!
Jesaja 58


dinsdag 21 maart 2017

Van kwaad tot erger - Bijbelboek Richteren

Richteren is het tweede boek van de historische boeken in het Oude Testament. Nadat God zijn Thora heeft gegeven, komt het volk in Kanaän (Jozua), waarna het in een periode van verval komt (Richteren). Tenslotte geeft God de profeet Samuël die het volk terugroept naar de dienst aan God en het zelfs een koning geeft (1 en 2 Samuël). Na de deling van het rijk, belandt het volk in een neerwaartse spiraal van ongeloof, verharding, ontrouw en onrechtvaardigheid (1 en 2 Koningen).
Vijf thema's in de historische boeken keren regelmatig terug. Zie de tabel hieronder.
Gods soevereiniteit
God is oppermachtig en is geen verantwoording schuldig aan ons.
Gods tegenwoordigheid
God woont midden tussen Zijn volk, allereerst in de tabernakel, later in de tempel: centraal staan daar de offerdienst en de gebeden en zegeningen.
Gods beloften
God heeft aan Abraham een groot nageslacht én een eigen land en zelfs zijn zegen en bescherming beloofd. Deze beloften worden werkelijkheid, soms tegen de verwachting in.
Gods koninkrijk
God is de enige koning en bezitter van zijn volk. Als het zich van Hem afkeert, komen er rampen
Gods verbond
Bij dit verbond met Israël horen rechten en plichten. Als Israël zich niet aan de plichten houdt, komt haar voortbestaan in gevaar

Richteren
De richters of rechters van Israël treden allen op in een andere streek. Ze hebben te strijden tegen diverse vijanden. Dát het volk tegengewerkt wordt door vijandelijke stammen, blijkt een straf van God te zijn. Israël heeft namelijk niet de beloofde zegen willen ontvangen en de vijanden niet verslagen. Het gevolg is dat zij blijvend last houden van de vijanden.
Mensen zijn als schapen die zonder herder verloren gaan, in de sloot terechtkomen, honger lijden en ziek worden. Israël raakt regelmatig zonder leiding, die echter de priesters en Levieten hadden moeten geven vanuit de 48 steden in het land. Het boek Richteren vermeldt driemaal “In die tijd was er geen koning in Israël; eenieder deed wat goed was in zijn ogen”.
Richter
Stam
Zonde
Straf
Otniël
Juda
Ze vergeten de Heere God / dienen Baäl en
Onderdrukt door Mesopotamiërs
Ehud
Benjamin
Deden wat God slecht vond
Onderdrukking door Moab
Samgar


Filistijnen
Debora
Efraïm
Deden wat slecht was
Kanaänieten
Gideon
Manasse
Deden wat slechts was
Rooftochten door Midianieten
Tola
Issaschar


Jaïr
Gilead-Manasse


Jeftha
Gilead-Manasse
Deden wat slecht was / Baäl en Astarte / goden van Syrië, Sidon, Moab, Ammon en Filistea
Oorlog met Filistijnen en Ammonieten
Ebzan
Juda / Zebulon


Elon
Zebulon


Abdon
Efraïm


Simson
Dan
Deden wat slecht was in de ogen van de Heere
Filistijnen plunderen het volk

Lessen uit het boek Richteren
        Zonder geestelijke leiding komt het volk in verwarring en bijgeloof terecht. Ook in onze tijd zijn geestelijke machten en principes leidend voor ons land. Voor christenen is het moeilijk om afstand te nemen. De uitdaging is om deze geestelijke machten te ontmaskeren als afgoden.
-          Luister steeds opnieuw naar Gods regels en laat je leven leiden door de Bijbel en de Heilige Geest. Het volk Israël luisterde niet naar de priesters, die vervolgens ook hun taak verwaarlozen.

-          Geloof de beloften van God en strijdt hiermee. Het volk Israël had vele beloften ontvangen, maar uit angst en eigenzinnigheid voeren ze Gods opdracht niet uit. Ook voor christenen zijn dit reële gevaren! 
Voor een goede overzichtskaart van de werkterreinen van de richters, zie Christipedia

maandag 27 februari 2017

Krachtige woorden van een machtige leider!

Deuteronomium
Inhoud
Bijbelboeken worden geschreven in een bepaalde tijd, voor een bepaalde gelegenheid en met een bepaald doel. In het geval van Deuteronomium spreekt Mozes na 40 jaar rondzwerven (tijd) het volk Israël toe in een afscheidsrede (gelegenheid) waarin hij hen oproept om trouw aan de HEERE te blijven in het beloofd land (doel). Deze toespraak is waarschijnlijk niet in één keer gehouden, maar gedurende de 11e en de 12e maand van het 40e jaar (zie Deut 1:3 en 34:8).
Plaats in Tora
Het volk van Abraham, Izak en Jakob (Genesis), is door God bevrijd uit Egypte en tot zijn eigen volk aangenomen (Exodus), waarna het door de offers en wetten geheiligd wordt om God te dienen (Leviticus). God is 40 jaren als de Heilige in hun midden en leidt hen in vele verzoekingen door de woestijn (Numeri), waarna ze opgeroepen worden de HEERE trouw te blijven in het beloofde land, waarvoor zij instructies ontvangen (Deuteronomium.
Doel
Mozes roept het volk op om hun God, de HEERE, niet te vergeten en de verplichtingen van het verbond nauwgezet te vervullen. Het leert de christelijke lezer om de heiligheid en trouw van God te eren door trouw te zijn aan Hem. 
Structuur
De opbouw van het boek vertoont de opbouw van een oud verdragsstructuur. De HSV Studiebijbel geeft hier een mooie tabel bij, die in gewijzigde vorm gebruikt is, aangevuld met uitleg per onderdeel.
Verdragsstructuur
Deuteronomium
Bijzonderheden
Inleiding
1:1-5
Dit vindt plaats dichtbij de plek waar Bileam het volk Israël zegende.
Historische inleiding
1:6 t/m  4:49
Mozes herhaalt de belangrijkste zegeningen en zonden van de woestijnreis, en roept de hemel en de aarde tot getuigen dat zij trouw zullen blijven aan de HEERE.
Algemene bepalingen
5:1 t/m 11:32
Mozes herhaalt de Tien Geboden, met daarna het Sjema (6:4-9) en de oproep om deze God, de HEERE, de Getrouwe niet te vergeten.
Specifieke bepalingen
12:1 t/m 26:19
Uitgebreide uitleg van de tien geboden, met regels voor o.m. profetie (13), reine dieren (14), teruggave van goederen (15), feesten (16), koningschap (17), afgoderij (18), oorlogswetten (20), huwelijk (22) en echtscheiding (24), barmhartigheid aan vreemdelingen (25).
Zegen en vloek
27:1 t/m 28:68
Indringende hoofdstukken over zegen en vloek; hiermee zal Israël moeten instemmen als zij in het nieuwe land komen.
Verdragsclausule
29:1 t/m  31:29
Ernstige waarschuwing om de geboden niet te vergeten, want wie ze vergeet, zal vergaan!
Getuigen
32:1-43
Dit is een lied, waarin Mozes afscheid neemt van het volk!



aanvullingen
33:1 t/m 34: 12
Zegengroet van Mozes voor elke stam (33) en het levenseinde van Mozes (34).

Kernthema’s
-          God is bij zijn volk met goede wetten en rijke beloften van zegen
-          Het volk is verplicht om trouw te blijven aan de HEERE als onderdeel van het verbond
-          Het land Kanaän is geschenk van God om rust en overvloed te genieten


Mozes sterft op de berg Nebo. Voor een gedetailleerd Christipedia. 
overzicht per hoofdstuk zie op


donderdag 23 februari 2017

Delen is vermenigvuldigen

Bij de wonderbare spijziging van de Heere Jezus wordt een belangrijk geestelijk principe duidelijk. Delen is vermenigvuldigen. Van vijf broden voedt de Heiland meer dan 5000 mensen. En er blijft nog over ook. Als zijn discipelen later bezorgd zijn, waarschuwt de Heere Jezus hen voor het zuurdesem van de Farizeeërs. Van lichamelijk brood naar geestelijk brood.
En dat is precies waar het in de omgang met geld ook om draait. Geldelijke steun en geestelijke steun zijn met elkaar in verhouding. Geldelijke bijdrage en geestelijke bijdrage aan de gemeente gaan ook samen op. Dat blijkt wel uit de brief van Paulus aan de gemeente van Korinthe. Geldelijke steun van de gemeente wordt door Paulus geroemd en hij zegt: “Ze prijzen God, omdat u er blijk van geeft gehoorzaam te zijn aan het evangelie van Christus.” In Paulus dankwoord voor het geldbedrag van de Korinthiërs koppelt hij drie begrippen aan elkaar: vrijgevigheid – gerechtigheid -  dankbaarheid.
Vrijgevigheid is het tegenovergestelde van karigheid. Vrijgevigheid vergelijkt Paulus met het zaad van een zaaier. Een boer die karig (NBV) zaait, zal ook weinig oogsten. Maar wie gul en vrijgevig strooit, kan ook meer oogst verwachten. En, als klap op de vuurpijl: deze oogst bevat ook weer het zaaigoed voor het komende jaar (vs 10). Durft u dat te doen? vrijgevigheid en gulheid zijn eigenschappen die je niet aan iemand kan opleggen. In vers 7 maakt Paulus dan ook duidelijk dat geven een persoonlijke, vrije, keuze van het hart is. God is erbij betrokken als u geeft, want Hij heeft een blijmoedige gever lief. God verlangt dat we vrijgevig zijn, omdat Hij het zelf ook is. Kijk maar naar het laatste vers (vs 15): Gode zij dank voor zijn onuitsprekelijke gave! God zélf doet het ons voor. In de Christenreis van Bunyan komt er ook een man voor die ‘hoe meer hij gaf, hoe meer hij ontving.” De mensen noemden hem dwaas, maar hij was een rechtvaardige.
En Hij belooft vermenigvuldiging van de gaven: gerechtigheid. Paulus citeert hier uit de profeet Hosea, hoofdstuk 10:12. De mensen in Hosea’s dagen dachten alleen maar aan hun eigen welvaart. Sociaal onrecht en geestelijke ontrouw gingen hand in hand. En juist Hosea roept dan zijn volk op: “Zaait u tot gerechtigheid, oogt in goedertierenheid… het is tijd om de HEERE te zoeken.” Het eerlijk en rechtvaardig handelen laat dus iets zien van je hart. De Heere Jezus koppelt ook godsdienst aan uitdelen: “En als u leent aan hen van wie u hoopt terug te ontvangen, wat voor dank komt u daarvoor toe? Immers, ook de zondaars lenen aan zondaars, om hetzelfde terug te ontvangen. Maar hebt uw vijanden lief en doe goed, zonder te hopen iets terug te krijgen. Dan zal uw loon groot zijn. … Geef en aan u zal gegeven worden,… want met de maat waarmee u meet, zal er bij u ook gemeten worden.” (Lukas 6:34-38). Zou het niet om diezelfde reden zijn dat het beoordelen ook in 1 Korinthe 6: “Zo gij dan gerechtzaken hebt, die dit leven aangaan, zet die daarover, die in de Gemeente minst geacht zijn.”  Ja, het geven levert wellicht geen geld op, zoals bij de bank. Maar het levert gerechtigheid op, eerlijkheid, vriendelijkheid, geduld, liefde en trouw. “Paulus merkt op dat mensen die jouw gift ontvangen, blij zullen zijn en voor je zullen bidden. Dit is het onverwachte gevolg van geven, terwijl je anderen zegent, word je zelf gezegend.” (bron: Het Leven, op 2 Kor 9:13,14).
En ook dankbaarheid. Het gemeentewerk zal verdiept worden als u uitdeelt. Niet alleen het gebrek der heiligen wordt vervuld, maar ook blijdschap en dankbaarheid. Mensen zien dat het Evangelie effect heeft: “onderwerping uwer belijdenis (SV)” of ook (NBV) “Ze prijzen God omdat u er blijk van geeft gehoorzaam te zijn aan het evangelie van Christus, wat u bewijst door de ruimhartigheid waarmee u met hen en alle anderen wilt delen.”  Is er bij ons zo’n vrijgevigheid te zien dat het aanstekelijk werkt? Dankbaarheid aan God! Dat zou geweldig zijn. Dan draagt het bij aan de verkondiging van het Evangelie, omdat Gods genade uitwerking heeft in ons leven. En tenslotte zal het ook uw karakter vormen naar het beeld van God.


maandag 20 februari 2017

God is in ons midden - lessen uit het boek Numeri

Elk Bijbelboek uit de Torah laat een ander aspect zien van de godsopenbaring. Het boek Exodus liet goed zien dat de HEERE verlost. In Leviticus dat de HEERE heiligt en hier dat de HEERE aanwezig is.
Het bijbelboek Numeri (uit het Grieks: tellingen) heet in het Hebreeuws BeMidbar (=in de woestijn) en wordt gezien als Mozes dagboek van de reis na de Sinaï. Het boek is een direct vervolg op Exodus, waar heet al over de bouw van de tabernakel gaat! Hier zien we hoe functioneel en symbolisch het is dat de tabernakel centraal  staat. Niet alleen om de offers te brengen, maar ook om te beseffen dat God in hun midden is.

Indeling van het boek
Er zijn diverse voorstellen om het boek in te delen. 
Deze is van Ernst Aebi 'Korte inleiding tot de bijbelboeken', IBB. 

Sinaï woestijn (Num.1-10)
Sinaï-Kades-Moab (Num 11-25)
Midian (Num 26-36)
Indeling van legereenheden
Reis naar het beloofde land – veel strubbelingen, zonden en zorgen
Nieuwe generatie

Een andere indeling is te vinden in de HSV-Studiebijbel: 

Wetgeving bij Sinaï
Reis
van Sinaï naar Kades
Wetgeving bij Kades
Reis
van Kades naar Moab
Wetgeving bij Moab

Een andere indeling  stel ik me als volgt voor: 
God woont bij zijn volk Israël
(Numeri 1-10)
Gods’ aanwezigheid op de proef gesteld
(Numeri 11-19)
God zegent zijn volk
(Numeri 20-25)
Gods aanwezigheid ontvangen in Kanaän
(Numeri 26-36)
De stammen gegroepeerd rond de tabernakel wordt gezegend en beschermd door God
Leiderschap van Mozes betwist
-          door het volk
-          door Mirjam en Aäron
-          door de verkenners
-          door het volk
-          door Korach, Dathan en Abiram

Overwinning op
-          Edom
-          Kanaän
-          Sihon en og
-          Balak en Bileam

Verplichtingen
-          Offers
-          Feesten
-          Verplichtingen
-          Grens Kanaän
-          Vrijsteden




Belangrijke boodschappen van het boek Numeri
Gods beloften aan Abrahams’ nageslacht gaan in vervulling
De zegen van God aan Abraham (Gen 12:1-3) gaat letterlijk in vervulling. “Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken en u zult tot een zegen zijn. Ik zal zegenen wie u zegenen en vervloeken wie u vervloekt; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend zijn.”
We zien dit terug in Numeri (bron: Studiebijbel HSV)
1)    Abraham ging op reis naar het land Kanaän en ook zijn nakomelingen zijn op reis naar
het beloofde land.
2)      In het boek Numeri zien we dat het aantal nakomelingen talrijk is geworden. Velen sterven echter in de woestijn, maar anderen nemen hun plaats in. Nooit zal het aantal nakomelingen uitsterven.
3)      Verbondsrelatie met God “Zij zullen mij tot een volk zijn” wordt keer op keer herhaald in dit boek.
4)      Zegen voor de volken is wat ook Bileam begrepen heeft:  “Zie, een volk, het staat op als een leeuwin, als een leeuw richt het zichzelf op” (Num 23:24) en ook: “Wie u zegent, is gezegend, wie u vervloekt is vervloekt!” (Num 24:9) en ook: “Er zal een ster uit Jakob voortkoemn, er zal een scepter uit Israël opkomen; hij zal de flanken van Moab verbrijzelen en alle zonen van Seth vernietigen.” (Num 24:17).

God woont beschermend, leidend en zegenend bij Zijn volk
Dat God, de heilige HEERE in hun midden is, geeft zegen en verantwoordelijkheid. Zegen omdat de andere volken worden verjaagd en overwonnen. Mozes spreekt de hogepriesterlijke zegen uit: “De HEERE zegene u en behoede u…” en spreekt bij elke reis “Sta op HHEERE, laat Uw vijanden overal verspreid worden en hen die U haten, van Uw aangezicht vluchten!” (Num 10:35-36).  We zien deze teksten terugkeren in Psalm 121 “De bewaarder Israëls zal niet slapen en sluimeren” en in psalm 68 “God staat op, Zijn vijanden worden overal verpreid…”
Bileam kan  geen vervloeking uitspreken, omdat de HEERE hem gebiedt om het volk te zegenen. God blijkt direct betrokken, beschermend om Zijn volk heen te staan! Tegenstanders worden in Zijn naam overwonnen.

Mopperen is de weg naar de ondergang!
Deze zegen geeft ook verantwoordelijkheid. Op zonden van het volk volgen op deze reis vele straffen. Vele Israëlieten vinden de dood na de opstand in Tabera, Kibroth-Taäva (Num 11),  Mirjam wordt melaats, de verkenners vallen dood neer en Korach, Dathan en Abiram verdwijnen met hun families in de grond. Dat de heiligheid van God in hun midden is, wordt op een pijnlijke manier 40 jaar ervaren: zelfs Mozes ontvangt geen toestemming om het land binnen te gaan! Alleen Jozua en Kaleb, de twee gelovige verkenners zullen het land binnen gaan!
“Achtmaal is het volk Israël vervallen tot een ontevreden morren. Dit mopperen moet men niet te licht opvatten; het is opstandigheid tegen God. (Ernst Aebi: Korte inleiding tot de Bijbelboeken, Numeri).  Mopperen plaveit de weg naar Kanaän met dode lichamen. 

Het nieuwe testament
In het nieuwe testament komen bijzonder veel verwijzingen terug naar het Bijbelboek Numeri. We zullen er enkele noemen:
a.      De rots in de woestijn verwijst naar Christus, die levend water geeft (1 Kor 10)
b.      De koperen slang wordt opgericht opdat een ieder die gelovig ziet op deze slang, redding ontvangt en behouden wordt. Zo is Jezus aan het kruis gehangen, net zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft (Joh 3:14-17).
c.       De wolk- en vuurkolom is beschermend aanwezig bij het volk. Deze wolk wordt de sjechina genoemd: Gods aanwezigheid. Zo is Jezus bij de hemelvaart weggenomen door een wolk, wat betekent dat Hij niet verdwenen is, maar aanwezig blijft! Een belangrijke link is te vinden tussen Numeri 10:35-36 en Psalm 68, die vervolgend in Efese 4 (hemelvaart) geciteerd wordt! Jezus is nabij Zijn volk!
d.      De woestijnreis is een aanklacht tegen het volk Israël dat keer op keer Gods’ aanwezigheid ter discussie heeft stelt. In 1 Korinthe 10 gebruikt Paulus dit als een waarschuwend voorbeeld voor de ruziezoekende gemeente in Korinthe. “En deze dingen zijn gebeurd als voorbeelden voor ons, opdat wij niet zouden verlangen naar kwade dingen, zoals ook zij verlangd hebben…. Daarom, wie denkt te staan, laat hij oppassen dat hij niet valt.”