woensdag 28 januari 2015

Wie, als een kind, het geschenk van God aanvaardt, wordt door God als Zijn kind aanvaard!


 
December, de feestmaand bij uitstek. Velen van ons hebben 5 december Sinterklaasfeest gevierd. Heel veel cadeaus zijn aangeschaft en aanvaard. Maar, tot mijn grote verbazing, zijn niet alle mensen blij met hun cadeau! Vorige week keek ik met mijn kinderen naar het jeugdjournaal. Het ging over ruilen van cadeaus, ik lees een artikel:
Websites waar spullen kunnen worden geruild of verkocht, hadden het vorige week megadruk met ongewenste cadeautjes. Vooral op zondag was het raak. Veel mensen probeerden gekregen spullen te verkopen of te ruilen. Er worden veel meer nieuwe spelcomputers, spelletjes, boeken, cd's en dvd's aangeboden dan op andere dagen. Op Ruilen.nl werd worden normaal op een dag 100 tot 200 artikelen aangeboden. Vorige week waren dat er 1000-2000 per dag. Marktplaats kende ook een hoger aanbod dat normaal. Worden er normaal 350.000 pakjes aangeboden, nu zijn dat er 500.000.
Gelukkig werd op de stelling `Het is onbeschoft om een cadeau te ruilen´ door 75% van de kinderen positief gereageerd. Kinderen vinden het onfatsoenlijk dat je een gekregen cadeau weer verruild.
 
Hoe zou het komen dat er zoveel cadeaus weggeven worden? Zou het ontevredenheid zijn of zijn we teveel verwend in onze maatschappij? Wij mensen in het rijke westen zijn hunkerend op zoek naar het mooie, het goede, het echte, maar ook naar meer.  En zolang we het ons kunnen veroorloven, lukt dat aardig. Je zou verwachten dat wij allemaal ook heel gelukkig zijn met al deze welvaart. Maar het tegendeel blijkt waar, zoals ik ook in een boek van de Vlaamse psychiater Paul Verhaeghen las: “Nooit had de mens het zo goed; nooit voelde hij zich zo slecht.” (2012:112). Veel mensen leven in december in een roes, waar ze pas half januari uitkomen. Cadeaus, lichtjes, voeding en drank verdoven ons een poosje, tot we half januari op blue Monday wakker worden. We zijn nog hetzelfde als vorig jaar. Kerst heeft ons dan niet gebracht wat we hoopten!
Waar komt dit onrust, die ontevredenheid vandaan. Die drang naar meer en beter? Veel mensen geven toe dat ze een leegte ervaren in hun diepste innerlijk. En we proberen die leegte steeds proberen te vullen. We proberen dat met cadeaus, met sport, met hobby’s. Of we zoeken in harmonie te komen met onszelf via yoga. Volgens  de Bijbel zit deze onrust in ons omdat we bij God zijn weggegaan. We wilden niet langer zijn kind meer, maar staan op onszelf. Niet langer onder verantwoording van God, maar willen vrij leven. Is dit niet wat de zondeval genoemd wordt. We verlangen wel, maar weten niet wat.
Voor ons werkelijke geluk hebben we een kerstgeschenk nodig dat wel voldoet aan ons diepste verlangen!
Wie als een kind het geschenk van God aanvaardt,
wordt door God als zijn kind aanvaard.
Dit brengt ons twee vragen
1) wat is het geschenk
2) wat doen we met dit geschenk?  
Ik lees met u het Evangelie van Johannes, dat  miljoenen levens veranderd heeft. Mensen herkennen in dit evangelie hun persoonlijke leven. En dat is niet vreemd. Het begint heel wonderlijk:
“in het begin was het Woord. En het woord was bij God en het Woord was God. In dit Woord was het leven en het leven is het licht van de mensen.” Dit evangelie begint met het geheim van de schepping. Door een woord maakte God alles! Door een woord werd het licht gemaakt. Door een woord kwam het leven tot stand. En dit woord is mens geworden en heeft onder ons gewoond.”
 
Het geschenk van kerst is geen idee, geen wiskundige formule die alleen door slimme koppen uit te rekenen is . Het geschenk van kerst is geen ingewikkelde code die alleen voor ingewijden bestemd is. Het is geen eindejaar loterij, waar slechts weinigen van profiteren. Het geschenk van Kerst is een kind, de Zoon van God. Bij Kerst ontvangen wij de Zoon van God. God stuurt zijn Zoon. Zijn evenbeeld. Hij die met zijn vader de Wereld gemaakt heeft. Hij die het licht gemaakt heeft. Wat een geschenk: de vader stuurt zijn zoon op missie naar de aarde. Wat bedoelen we hiermee?  We hebben in de krijgsmacht diverse missies achter de rug. Is er ergens oorlog, of zijn er rampen gebeurd, dan sturen we een missie erop af, die de problemen gaat verhelpen. Deze missie brengt stabiliteit en rust, gaat het probleem zoeken op te lossen. Menselijke missies mislukken echter wel eens. Maar de missie van Jezus, de zoon van God is niet mislukt. Tijdens zijn leven op aarde heeft Hij veel wonderen verricht:
  • Van water maakt hij wijn.
  • Een blinde liet Hij weer zien
  • en een dove liet hij horen.
  • Doden wekte hij op.
De bedoeling van deze wonderen is dat mensen zouden zeggen: Kijk, dit is God! Op Hem kunnen we vertrouwen. Jezus deed het! Hij is God en Mens tegelijk. Wie Hém kent, kent de Vader. Zegt u het Johannes na: "Het woord is Vlees geworden en wij hebben zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid van de zoon van de vader.”  Hét grote geschenk van God aan de wereld is zijn zoon Jezus Christus.
                Hij die de mensen gemaakt heeft, wordt zelf mens.
                Hij die de sterke God wordt genoemd, wordt een zwak kind.
                Hij die Het licht van de wereld is, komt in een duistere wereld.
Hij kwam uit de hoge hemel / hij de koning van het heelal. / Heel eenvoudig was zijn woning / en zijn wieg stond in een stal./ en in al zijn kinderjaren / is Hij opgegroeid als wij. / Hij was klein en zwak en hulpeloos, / soms verdrietig, dan weer blij.
 
Wat doet u met dit geschenk?
Negeren
Laten we eens lezen wat Johannes, de discipel van Jezus hiervan zegt? De tekst die in uw programma staat, vertelt in aangrijpend woorden wat er met dit geschenk in de regel gebeurt. “Hij is gekomen tot de wereld, en de wereld is door hem ontstaan en de wereld heeft hem niet gekend.” Is dit niet aangrijpend? De schepper komt naar zijn wereld, een verloren wereld, waarin we met zijn allen verlangen naar geluk. Een wereld waar mensen op zoek zijn naar een goede vader die voor hen zorgt. En dan dit… de wereld heeft hem niet gekend. Deze verloren wereld waar u en ik in leven, wijzen het mooiste cadeau af. Deze verloren wereld wijst het cadeau af, waar ze feitelijk al jaren op zitten te wachten?  Denk nog even terug aan  de website www.ruilen.nl . Mensen zien             de waarde niet in en bieden hun cadeau meteen weet te koop aan.  
Afwijzen
 
                Meteen daarop schrijft Johannes dat veel mensen van zijn eigen volk , de joden, hem niet aanvaard hebben. “Hij is gekomen tot het zijne tot zijn eigen volk, maar zijn eigen mensen hebben hem niet aangenomen.”  Juist voor de mensen in Jezus eigen tijd was het lastig in hem te geloven. Het beeld dat zij hadden van de redder van hun volk Israël paste niet bij wat ze bij Jezus zagen.  Zij verworpen hem als hun redder. Aangrijpend. Zo dicht bij de het kerstgeschenk, en dan toch geen interesse.
Aannemen
                Gelukkig lezen we in het volgende vers over een positieve reactie op dit geschenk: “Maar zovelen hem aangenomen hebben, hun heeft hij macht gegeven kinderen  van God te worden, namelijk die in zijn naam geloven.” Wat een ongekende derde mogelijkheid!
Wie als een kind het geschenk van God aanvaard
Wordt door God als zijn kind aanvaard.
 
Als een kind…
Eenvoudig, zonder twijfel aanvaarden wat God over zijn Zoon zegt.
Eenvoudig als een kind, geloven dat dit hét middel is om gered te worden.
Erkennen en aanvaarden…
Erkennen dat wij de leegte in onszelf niet kunnen opvullen.
Erkennen dat Gods geschenk dit alleen kan!
Aanvaarding dat mijn leven zonder uitzicht is op blijvende vreugde.
Aanvaarding dat het enige geschenk dat de leegte opvult, Gods Zoon is.
Deze aanvaarding maakt dat wij weer ‘kind van God kunnen worden’
 
Met drie voorbeelden laat ik u zien wat Johannes bedoeld met ‘aanvaarden van Gods geschenk’.
Graag wil ik het volgende citeren van C.S. Lewis, de maker van de “het land achter de kleerkast” . Hij leefde jarenlang zonder God en kon zich niet voorstellen dat er een goede God bestond. Maar door gesprekken met christelijke vrienden werd hij – door vreugde verrast – gaf hij zich aan God over.
 "Ik werd me ervan bewust dat ik iets op een afstand hield, iets buitensloot. Ik voelde dat God me de keuze liet. hoewel het niet echt mogelijk scheen een andere keuze te doen. Op deze avond erkende ik God als God en knielde neer en bad.  . Ik denk dat ik toen de onwilligste en neerslachtigste bekeerling was van heel Engeland."
Lewis aanvaardde, erkende dat Hij zonder deze God hulpeloos bleef.
 
Graag laat ik u nog een voorbeeld horen. Het is van de beroemde kerkvader Augustinus, die erkent dat hij vrede moet sluiten met God. Hij was onrustig, vreselijk onrustig en las toen in zijn Bijbel:  
"Verder lezen wilde ik niet en was ook niet nodig. Opeens, aan het eind van deze zin, stroomde er zoiets als een licht van zekerheid mijn hart binnen en alle duistere twijfels vluchtten weg. Nu was mijn geest vrij van die knagende zorgen van ambitie en geld, van mijn lastige lusten. Ik sprak nu in vriendschap met u, mijn licht, mijn rijkdom en mijn heil. Heer, mijn God"
 
Een derde voorbeeld, uit mijn eigen leven. Jarenlang was ik op zoek naar God. In deze zoektocht werd mij één ding heel duidelijk. Het gaat om het geschenk van God Zijn Zoon! Op een avond raakte ik hiervan zo overtuigd dat ik alleen bij God werkelijk vrede en troost zou ervaren, dat ik het uitgesproken heb, eenvoudig, als een kind: “Heere Jezus, ik wordt niet gelukkig zonder U. Ik kan niet leven zonder kind van God te worden. Wilt U mij bij uw Vader brengen?” Toen heb ik ervaren wat in Johannes 1 staat:
 “En zovelen hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn naam geloven. ”
Weet dat het de beste keuze is dit God u geeft.  Dan hebt u het grootste geschenk van de wereld in huis. Dan geen blauwe maandag, maar een eeuwig leven!  
 
Wie als een kind het geschenk van God aanvaardt, wordt door God als zijn kind aanvaard.
 
 

donderdag 11 december 2014

Als u wilt, U kunt mij reinigen

De melaatse die tot Jezus komt is van een ding heel erg overtuigd: Jezus kan hem reinigen. Van het tweede is hij nog niet helemaal overtuigd. Wil Jezus het ook?
Ik las hierover een interessant commentaar: "De melaatse was overtuigd van Jezus kunnen maar nig niet van diens bereidheidl in onze tijd is het vaak andersom. Men twijfelt niet aan Jezus medelijden, wel aan zijn macht."

Vervolgens kunnen we ons ook afvragen hoe we dat zelf praktiseren. Geloven wij daadwerkelijk in zijn macht? Handelen we ook met de bereidheid van Jezus in onze contacten?

Het medelijden van Jezus is heel tastbaar. Hij raakt de man aan en geneest hem. Een belangrijke les voor ons. Hoe wij omgaan met hen die lijden. Als je echt meelijdt met iemand, kun je niet op afstand blijven staan. Het vraagt om betrokkenheid, meevoelen en geloven in de machtige hand van God.

dinsdag 30 september 2014

Bestaat God?

Ik schreef onderstaande blog .a.v. een vraag van een oud-leerling. Zij is gevraagd om samen met anderen een discussie op te zetten bij het vak Nederlands rond het thema ‘Bestaat God’. Wat kun je zeggen?

Wat je vooraf bedenken kunt.
-Voor veel mensen is het inderdaad de vraag of er een God is. We leven in een tijd waarin we nauwelijks meer met God in aanraking komen: we werken zelf, maken onze eigen keuzes, ontvangen wat we verdienen en bepalen zelf met wie we omgaan. De bijbel wordt nauwelijks gelezen en als er een schietgebedje omhoog gaat, horen we niets terug. Dat is het beeld van de meeste Nederlanders.
2.       Geloof in God zien we wel bij medelanders die naar de kerk of de moskee gaan. Fanatieke moslims, ultraorthodoxe joden en gereformeerde gelovigen trekken de aandacht. Veel mensen hebben daar niets meer mee. Hooguit hebben ze respect voor de persoonlijke mening, maar liefst wil men dit buiten het eigen leven houden.
3.       God is buiten ons leven gedrongen. En dat proces is vooral in de 20e eeuw heel snel gegaan. In onze 21e Eeuw weten we nauwelijks nog wie God is. En al helemaal niet wie de God en Vader van Jezus Christus is. Een vraag naar ‘het bestaan van God’ is dus een filosofische vraag geworden. Net zoals andere vraagstukken:  “is er leven na de dood” of “waar komt de materie vandaan? “.
4.       Maar, wist je dat een andere delen van de wereld geloof in God heel normaal is. Miljoenen mensen in Afrika, Azië en Amerika geloven dat God bestaat. Het lijkt alsof geloven dat God bestaat een aangeboren, intuïtief gebeuren is. En dat is goed te verklaren als je ervan uitgaat dat God ons gemaakt heeft, dat Hij onze Schepper is.
Voorbeelden van christenwetenschappers die vrijmoedig getuigen van hun geloof zijn Alister McGrath, Frank Linde, en Heino Falcke. Zie ook www.geloofenwetenschap.nl  
http://media-cache-ec0.pinimg.com/236x/0f/61/10/0f6110ef2660b75806be7fef5d74c5c8.jpgHoe ga je jezelf als christen in een discussie mengen? Een discussie is natuurlijk nooit de plaats om mensen tot geloof in Jezus te brengen. Niet de plaats om mensen te overtuigen dat geloof . Als je mensen tot geloof wilt brengen, ben je bezig met evangelisatie en dat is nu je doel niet. zie het wel als een kans voor apologetiek: het verdedigen van je geloof: eventuele voorvragen beantwoorden, misverstanden uit de weg te ruimen.
Hoe ga je beginnen:
1.       Bid voor dit gesprek: vraag om helder inzicht, rust en bezieling om de juiste woorden te hebben om iets van je godsgeloof te verdedigen.
2.       Bedenk goede argumenten om te laten zien dat geloof in God niet absurd en ongeloofwaardig is (zie argumenten hieronder).
3.       Verwacht niet dat je mensen moet overtuigen van redding, van geloof in Jezus, van een eeuwig leven, etc. , maar wel dat je kunt aantonen dat het een redelijke vraag is.
Zijn er argumenten voor het bestaan van God? (hoe vreemd het je in de oren klinkt…)
a.       Het ‘bestaan van God’ is net zo min te ontkrachten als te bewijzen! Het is geloven. Geloven betekent ‘vertrouwen dat iets waar is’. Dát is het uitgangspunt. (zie ook Hebreeën 11:1-2).

b.      God heeft aanknopingspunten voor Zijn bestaan gegeven.
1.       Bijvoorbeeld de schepping van de wereld heeft een begin, heeft de wetenschap ontdekt. Dan is het denkbaar dat iemand dit in gang gezet heeft. (Psalm 90 zegt dat de HEER er al was voordat alles gemaakt werd).
2.       De orde in de wereld wijst op een denkend wezen hierachter. Het heelal steekt zo ingenieus in elkaar, het is als een geweldig paleis dat iets van zijn eigenaar en bouwer weerspiegelt.
3.       Mensen zoeken naar zinvolle invulling van het leven, naar de zin van het bestaan. Dit kan vanuit evolutionair standpunt lachwekkend zijn, omdat strijd vaak als zinloos ervaren wordt. Hoewel we God niet kunnen zien, lijkt het erop dat we intuïtief naar Hem verlangen.
4.       De schepping is prachtig om te zien, en imponeert ons.  Als de wereld een strijd om het bestaan leidt, is het stom toeval dat er zoveel schoonheid in de schepping zit. Prachtige vlinders zouden allang uitgestorven zijn, terwijl dieren met een schutkleur het er meer levend afbrengen. Toch is het tegendeel waar. Prachtige bloemen en dieren spreken de taal van schoonheid.
5.       Mensen leven in relaties.  Als God bestaat, zal hij ook in relatie met mensen treden.

c.       Het bestaan van de vele religies bewijst dat mensen op zoek zijn naar God. Hoewel de invulling van de godsdiensten verschilt, zijn de meeste samenlevingen erop gericht om God in hun middelpunt te stellen.
God bestaat, en dan…?
Ik denk dat de meeste mensen de vraag naar het godsbestaan ontkennen, omdat ze beseffen dat dit consequenties heeft! Als je gelooft dat God bestaat, vraagt dat waarschijnlijk een actie van ons.  
                Een voorbeeld maakt dit duidelijk. Stel je bent in een pleeggezin opgegroeid omdat je wees   bent. Op 15-jarige leeftijd hoor je dat je blijkbaar toch nog een vader hebt die naar je op zoek     is gegaan. Zou dit je onverschillig laten? Nee, zeker niet! Je gaat op zoek naar hem en             waarschijnlijk wil je het contact weer gaan opbouwen.
Zo is het ook met God. Als hij bestaat, zal Hij ook in relatie met mensen treden. Willen we dit wel? Dat is het probleem waarom mensen de vraag naar het godsbestaan uitstellen. Om een mooi fragment te zien waarop de vraag naar geloof centraal staat, zie Denkstof “Waarom zou je geloven?”

Als men die vraag positief beantwoordt, komt er openheid voor de volgende vraag…

Wie is God?! 

zaterdag 19 juli 2014

Wat is goed leven? Over analyse en remedie van een zieke maatschappij.


Enkele maanden geleden las ik het boek "Identiteit" van Paul Verhaeghe. Zijn analyse van de huidige maatschappij is scherp en treffend! Maar als ik nog eens nalees wat hij in hoofdstuk 8 als conclusie schrijft, over "Het Goede Leven" lijkt me het middel nog erger dan de kwaal. Waarom blijven we zo op het individu hameren? Mijn inziens zijn we gemaakt om samen-te-leven

In zijn samenvattende hoofdstuk 8 merkt Verhaeghe opnieuw op dat de samenleving dwingend is geworden. Het evenwicht is eruit door neo-liberalisme, door de digitalisering en de nadruk op kille cijfers. Daarbij komt een anti-autoritaire stroming in de 20e Eeuw, waardoor gezagsverhoudingen zoek zijn. Zijn er oplossingen te bedenken? Verhaeghe lost nog enkele schoten voor de boeg. Verder komt hij m.i. niet, maar er worden herkenbare zaken geschetst.
Door slechte arbeidsorganisatie raken mensen ziek; burn-out is gevolg van onvoldoende respect en waardering van de persoon. Dit los je niet op met bonussen. Intrinsieke motivatie verdwijnt juist bij een topdown organisatie. Het gevolg hiervan is dat er bottom-up initiatieven ontstaan die werknemers weer plezier in het werk geven. Goed voorbeeld is de opkomst van Wikipedia (i.t.t. het wetenschappelijk, zwaar gesubsidiëerde Encarta wat voor geen meter liep) . Met dit voorbeeld bewijst Verhaeghe dat men op zoek is naar een nieuwe norm, die weer intrinsieke motivatie levert. Blijkbaar is Wikipedia beter aangepast aan de huidige samenleving.
Digitalisering ziet hij als een illusie. Statistieken ook. Die doden het werk. “Cijfermatig gestuurde evaluatie- en functioneringsgesprekken zijn vaak dodelijk voor werktevredenheid, motivatie, loyaliteit en identificatie met het bedrijf. Een dergelijke aanpak fnuikt elke vorm van creativiteit en autonomie en lokt een gevoel van vernedering en een verlies van zelfrespect uit. Die negatieve effecten worden des te zwaarder naargelang men bij de evaluatie kwalitetieve en contextuele factoren laat vallen en er een uniform meetsysteem opgelegd wordt door een instantie die nauwelijks vertrouwd is met wat er op de werkvloer gebeurd. (2012: 227)
Wie moet er veranderanderen. De ander niet, wat die ander zijn wij zelf. Wij mensen moeten veranderen, een nieuwe moraal hanteren. (hier volgen enkele van Verhaeghes scherpe uitspraken). 
                “de bipolaire stoornis (vroeger bekend als ‘manisch-depressief’) is bij uitstek de aandoening   van het neoliberalisme.”
                “De postmoderne mens lijdt aan een vreemde dissociatie, een nieuwe vorm van            persoonlijkheidsverdubbeling. We klagen het systeem aan, staan er vijandig tegenover en      voelen ons machteloos om het te veranderen.”

Wat is er nodig?
Loslaten van het cynisme voor het systeem, en in plaats van consumeren actief deelnemen aan de maatschappij, als een zelfbepalend burger. Verder pleit Verhaeghe ervoor om waarden te verkopen die als deep frames het onderbuikgevoel weer bevestigen. Mensen moeten weer visie krijgen om de maatschappij op te bouwen, om het leven weer aan te kunnen.
In mijn ogen zijn deze twee punten van Verhaeghe los zand. Wat wij nodig hebben is een herbronning op de christelijke normen en waarden waar onze maatschappij op gestoeld is. Lees hiervoor Charles Taylor die in zijn ‘Een seculiere Tijd’ aanwijst dat de huidige maatschappij alleen functioneert, als zij de christelijke bronnen weer hanteert! Ook is de therapie van Verhaeghe niet een oproep aan het gevoel, maar aan het verstand van de mens. Alsof we weer ‘verstandig’ moeten worden. Het probleem zit toch ergens anders?
Vervolgens voorziet Verhaeghe dat mensen weer zelf zorgend zijn en hun normen en waarden volgen Grieks voorbeeld weer internaliseren. 
                “Als er geen symbolisch gedragen en identificeerbare autoriteit meer bestaat en als een            gemeenschapsethiek het veld moet ruimen voor een competitief mensbeeld, dan ontstaat er              inderdaad een survival of the fittest. Dit is de eerste belangrijke paradox van de neoliberale vrijemarktideologie: dat ze onvermijdelijk uitmondt in een overmaat aan inmenging.” (2012:         242).

Verhaeghe roept om de bevrijding van het individu, en daarmee is mijns inziens de mens nog meer aan zichzelf overgelaten. De mens was toch een groepsdier? 

vrijdag 11 juli 2014

Vluchtigheid in Prediker

    
Prediker
IJdelheid, IJdelheden? Lucht en leegte? Alles is even vluchtig? Welke vertaling recht doet is niet geheel eenduidig. Het Hebreeuwse woord ‘hébel’ kennen we in ons woord voor ‘nevel’ alsook in het woord ‘nihilisme’.  Mijn voorkeur gaat uit naar de vergelijking met nevel. De nevel is de mist die boven de akkers hangt en een voorbode is voor de opkomende zon, die spoedig de nevel zal uitbannen. De nevel is evengoed vluchtig, alsook luchtig, maar zeker vergankelijk!

Is het leven zélf dan leeg en ijdel? Is de schepping dan ijdel en vruchteloos? De zonde heeft wel veel vernield van wat op aarde is, maar níet het menszijn zélf opgeheven. Ijdel is wel “Alles wat in vertrouwen op menselijke kracht tot stand komt. De vruchteloosheid van menselijke ondernemingen” Het leven zelf dus in wézen niet, wel in wat het geworden is.
In het Nieuwe Testament verwoordt Paulus het treffend: “want het schepsel is aan de zinloosheid onderworpen… want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert tot nu toe. ”(Rom 8:20,22 HSV). In het Nieuwe Testament krijgen we hier een heerlijke overwinningsboodschap. De ijdelheid, de nevel is niet het einde: met de opstanding van Jezus Christus is er hoop op een hernieuwde schepping. Bekering en levensvernieuwing, hoop en toekomst.
Vernieuwing heeft ook een doel! Dit wordt prachtig verwoord in onderstaand stukje dat ik ergens vond:
Zonder Gods Geest keert je lichaam terug tot stof
Zonder Gods doel is ons werk tevergeefs
Zonder Gods liefde is ons dienen doelloos.

Onbezorgd genieten?!

Onbezorgd genieten?!
Zorgen zijn er om je op het juiste pad te houden. Ja, werkelijk waar.
Zorgen laten je zien dat het leven sterfelijk is en kort.
Zorgen laten je zien dat het ‘genieten van de waan van de dag’ leeg is.
Want genieten, dat doen we toch met volle teugen. Zoals Paul Verhaeghe schrijft: “We genieten ons te pletter, maar niemand is tevreden.” Hij doelt hier op de vrijheid van de Westerse mens. Een onwerkelijke vrijheid, aldus Verhaeghe, want “vrijheid is een illusie: als het niet lukt (succes in het leven), geven we onszelf de schuld. Het gevolg hiervan zijn gevoelens van vernedering, schuld en schaamte.” Hij doelt hier op hetvrijheidsdenken waaraan we verslaafd zijn geworden: je móet presteren, illumineren, indruk maken om vooruit te komen.

Deze uitspraken leggen een probleem bloot van onze samenleving. Leven zonder God is doelloos. In het Bijbelboek Prediker wordt ons duidelijk dat alles even ‘vluchtig’ is, leeg en hol. Daarom krijgen we van de Prediker het advies om “te gedenken aan je Schepper als je jong bent, voordat de kwade dagen komen, waarin je geen zin meer hebt.”(Pred. 12:1). In hoofdstuk 12 van genoemde boek staat een indrukwekkend gedicht over de ouderdomskwalen. Blindheid, trillende handen, vermoeide ledematen, dove oren, etc. Het leven eindigt in een desillusie als je denkt jong te kunnen blijven.
Ik denk namelijk dat dit een probleem is van de Westerse mens. We worden nauwelijks met moeilijkheden geconfronteerd, komen nauwelijks met de dood in aanraking. We hebben hierdoor weinig ervaring om om te gaan met verlies, lijden, problemen enz. Daarom spreekt een boek als Prediker met bijzonder aan. De jeugd end e kracht van het jonge leven  zijn een uitdaging om die kracht en vitaliteit optimaal te benutten! Met het oog op het ouder worden, kunnen we nú al wijsheid verzamelen.
Prediker leert ons nadenken over een manier van leven in deze wereld, waarbij we Zijn geboden toepassen. “De opwinding van de jeugd kan een belemmering vormen voor de omgang met God áls je de aandacht richt op voorbijgaand plezier in plaats van op eeuwige waarden.” (uit: Het Leven).
De adviezen van Prediker zijn dan ook actueel als anders.
1.
Vrees God en houdt Zijn geboden.”  Leven met Gods idealen, Gods regels geeft een leven dat zin en richting heeft. Het heeft betekenis, omdat je leeft voor Iemand. Omdat je doel duidelijk is: leven voor je Schepper.
2.
Ga de wegen van je hart, volg je ogen, maar weet…. Dat God je over deze dingen in het gericht zal brengen”.De daden van ons leven hebben impact op onze toekomst. Alles wat je doet komt in de Grote Beoordeling. God zal alle onrecht duidelijk naar voren brengen en recht spreken. Vreugde voor hen die onder onrecht gebukt gaan. Vrees voor hen die onrecht begaan.
3.
Weer dus wrevel uit je hart, en doe het kwade weg uit je lichaam.”  Zoals alcohol je leven verkort, tabak je longen aantasten, en ongewenste seksualiteit je leven besmeurd. De oproep is om je hiervan los te rukken en te leven met het doel voor ogen: ontzag voor God hebben!
4.
God  zal namelijk elke daad in het gericht brengen. C.S. Lewis zegt over het gericht ongeveer het volgende: “Ik denk dat vooral beoordeling volgt over de daden die weníet gedaan hebben. Juist over die goede daden die we nagelaten hebben, zal God ons ter verantwoording roepen.” Dit lijkt wel op de les van de Heere Jezus, in de gelijkenis van de ´schapen en de bokken´.  De bokken lijken van niets te weten: ‘wanneer hebben we U hongerig gezien, of naakt en in de gevangenis?” Ze zijn zich van geen kwaad bewust. Blijkbaar kunnen we egoïstisch leven zonder te weten waarom God hierover niet tevreden is. Hierover komt het gericht.

dinsdag 24 juni 2014

Streven naar succes of 'het goede doen'?

Prof. dr. Jan Hoogland schrijft in RD van 23 juni 2014 een opiniërend artikel , getiteld “Succes mag onderwijs niet bepalen”. Hierin analyseert hij scherp het reagerend onderwijs dat steeds meer op succes georiënteerd raakt. Hoogland: “Het blijkt dat er zodra er iets mis is in het onderwijs, net als in andere sectoren overigens, onmiddellijk wordt ingestoken op verbeteringen van het systeem. Dat wil zeggen dat er nieuwe doelen en prestaties worden geformuleerd en dat allerlei middelen worden ingezet om tot een verbetering van resultaten te komen.”
Deze drang verklaart hij met Ad verbruggen uit het onbehagen dat we gevoelen. De droom van de utopie blijkt niet te werken. Het is daarom voor christenen maar het beste om rekening te houden met twee gegevens: 1) wij zijn als mens niet in staat om de gebrokenheid en de macht van het kwade definiteif te overwinnen. Hij zegt hierover “dat streven naar het beste in de praktijk vaak de vijand van het goede blijkt te zijn.”. Vervolgens 2) zullen we wel moeten blijven spreken wat we verstaan onder goed onderwijs en daar verantwoordelijkheid voor nemen. Hij sluit af met de stelling: “het is beter om goed te zijn, dan uit te blinken in succes.”